Workshop Terminologie voor de vertaalpraktijk

    Activity: Lecture / PresentationAcademic

    Description

    De tweede workshop van het Steunpunt was opnieuw voor vertalers bedoeld. Na Amsterdam, waar in december 2008 de workshop Terminologie voor de Vertaalpraktijk gehouden werd op de Vrije Universiteit, waren we ditmaal te gast bij de vertaalafdeling van de Artesis Hogeschool in Antwerpen. Deze workshop was de tweede in een reeks workshops voor specifieke doelgroepen die met vaktaal en terminologie te maken hebben. De workshops zijn toegespitst op voor het vakgebied specifieke onderwerpen, gepresenteerd door mensen die in het vakgebied hun sporen verdiend hebben.

    De eerste workshop voor vertalers was overvol. Dit gegeven, en het feit dat Amsterdam voor de Vlaamse doelgroep van het Steunpunt niet naast de deur ligt, maakte dat we een tweede workshop hebben georganiseerd. De Antwerpse workshop was wat minder goed bezocht dan Amsterdam, maar met zo’n kleine veertig deelnemers kreeg de dag een zeer levendig en interactief karakter, wat heel goed is voor een workshop.

    Inhoudelijk was de workshop wat breder van opzet dan de eerste. Opnieuw werd de webcursus ad-hocterminologie door Attila Görög ter discussie gesteld, presenteerde Sue Muhr een bijdrage over terminologiebronnen, stelde Nathalie de Sutter een aantal moderne tools voor en liet Tom Vanallemeersch zien wat de plannen van de Taalunie zijn betreffende de bouw van een termextractor voor het Nederlands. Verslagen van deze presentaties vindt u al in het verslag van december. Hier willen we wat dieper ingaan op het toegevoegde thema, dat van het onderwijs in de terminologie.

    Dat we te gast waren bij een onderwijsinstelling, was voor ons de aanleiding om het onderwijs in de terminologie eens onder de loep te nemen. In 2003 is het thema onderwijs al uitvoerig ter sprake gekomen op het NL-Termcongres in het Vlaams Parlement te Brussel, waar vrijwel alle onderwijsinstellingen in Nederland en Vlaanderen die zich met vertalen bezighouden aanwezig waren. Bij deze gelegenheid constateerde men onder andere dat er weinig onderling contact is tussen de vertaalhogescholen en dat wat meer samenwerking op het gebied van terminologieonderwijs tot consistenter onderwijs en tot hogere kwaliteit kan leiden. De discussie te Brussel heeft echter niet tot echte stappen geleid. Docenten hebben het nu eenmaal druk. Reden voor het Steunpunt om de draad weer op te pakken.

    Het onderwijs was het eerste thema van de workshop. Hennie van der Vliet leidde het thema in met een kort verslag van de Brusselse voorgeschiedenis en schetste de stand van zaken in onderwijsland op dit moment. Om erachter te komen wat de ervaringen en de wensen van professionele vertalers zijn, heeft het steunpunt vooraf een vragenlijst rondgestuurd onder de deelnemers. Na Hennie stelde Leona van Vaerenbergh het onderwijs in de terminologie voor zoals dat aan de Artesis Hogeschool wordt verzorgd.

    De presentaties zorgden voor een bijzonder levendige discussie, met als gevolg dat we flink over tijd aan de lunch begonnen. De conclusie van de discussie was dat de deelnemers het belang van expliciete aandacht voor terminologie in het onderwijs onderstreepten (in de vragenlijst die aan de workshop vooraf ging was men daarover lang niet unaniem). Niet iedereen bleek tevreden over het niveau van het indertijd zelf genoten onderwijs in de terminologie. De deelnemers zien graag meer aandacht voor terminologie in het algemeen, voor de praktische kanten en voor modern elektronisch terminologiebeheer in het bijzonder. Natuurlijk moeten we hierbij wel aantekenen dat de deelnemers in sommige gevallen al wat langer geleden zijn afgestudeerd en dat de opleidingen inhoudelijk niet stil staan. In veel gevallen is wellicht al aan de bezwaren tegemoet gekomen. De ideale terminoloog is volgens sommigen toch een vakman- of vrouw (bijvoorbeeld een technicus of een medicus) die zich ook met de talige kant van het vak bezighoudt. Anderen zien praktische bezwaren: slechts bij uitzondering zal een professionele vertaler kunnen worden gevonden die ook geschoold is in het vak waarover de te vertalen tekst gaat. Een goede terminologieopleiding moet de vertalers in staat stellen dan toch een goede vertaling te maken.

    De resultaten van de bevraging van de deelnemers ziet u in de powerpointpresentatie van Hennie van der Vliet. Op de weblog gaan we dieper in op de onderwijskwestie en roepen we vertalers op alsnog de vragenlijst in te vullen. Met behulp van de vragenlijst willen we met de Nederlandse Taalunie, NL-Term en de vertaalhogescholen rond de tafel gaan zitten. Meer daarover op ons weblog.

    Niet alleen rond het thema onderwijs werd veel gediscussieerd, ook de andere thema’s riepen veel reacties op. Evenals in Amsterdam bleek duidelijk dat bijeenkomsten als deze in een behoefte voorzien. Een opmerkelijk verschil met de Amsterdamse workshop betrof de houding ten opzichte van de bijdragen betreffende de tools. In Amsterdam vond een deel van de aanwezigen de discussie over elektronische tools voor de praktijk van de vertaler niet altijd relevant. De deelnemers aan de Antwerpse workshop waren juist zeer geïnteresseerd in het besproken elektronische gereedschap.

    De deelnemers waren heel tevreden en wij van het Steunpunt hebben veel opgestoken. Aan de hand van de vragen, de discussie en persoonlijke gesprekken komen wij tot de volgende conclusies:

    Terminologie mag (en moet!) geld kosten. Het is bekend dat vertalers weinig tijd hebben voor terminologie. Op de workshop bleek echter dat terminologie wel degelijk als essentieel moet worden beschouwd. Natuurlijk is er behoefte aan snelle en efficiënte werkmethoden, zoals in de webcursus ad-hocterminologie wordt voorgesteld. Vertalers beseffen echter dat snelheid hoe dan ook ten koste zal gaan van kwaliteit. Om in alle gevallen kwaliteit te leveren is een mentaliteitsverandering nodig, ook bij vertaalbureaus en opdrachtgevers.
    Het is zinvol voor vertalers om over inhoudelijke zaken met elkaar te praten. Alleen om die reden wordt een workshop als deze al gewaardeerd.
    Met betrekking tot het inzetten van elektronische tools in de praktijk is er een tweedeling in de vertaalwereld. Sommige vertalers hebben er weinig behoefte aan, anderen zijn echter nadrukkelijk geïnteresseerd en werken zelf ook met (terminologische) software. Het gebruik van tools levert op korte termijn geen tijdwinst op, integendeel, je moet er eerst mee vertrouwd raken, maar in veel gevallen leidt het wel tot een duidelijke verhoging van de kwaliteit.
    Er was veel interesse in workshops en ook in een summerschool/masterclass terminologie voor vertalers. Wij denken na over de mogelijkheden en houden u op de hoogte.
    Period3 Apr 2009
    Held atWorkshop Steunpunt Nederlandstalige Terminologie
    Event typeWorkshop