Description
Het aantal veiligheidsrisicogebieden neemt toe. Steeds vaker mogen mensen daarpreventief worden gefouilleerd, zonder concrete verdenking. Wat bedoeld was alstij delij ke noodmaatregel, is op veel plekken vast beleid geworden, met gevolgen voorfundamentele burgerrechten.
In Assen is het veel te onveilig geworden. Ik zou bij na wíllen dat het hier eenpolitiestaat werd’, zegt Rita de Jong (54). Ze staat op het Koopmansplein,midden in het centrum van de Drentse hoofdstad. ‘We mogen blij zij n dat ze jongeren af en toe hun tas doorzoeken. Het is maar goed dat ze die jongelui hiersoms fouilleren.’
Het is zondagmiddag. Drie jongens scheuren op fatbikes over het plein, een ouderechtpaar deelt een plak ontbij tkoek van Snelle Jelle. Een labrador snuff elt tussen dekruimels die ze achterlaten. Het plein oogt rustig. Bij na dorps.
Toch is het onveilig op het plein. Althans, dat vindt de gemeente.
Het plein geldt, net zoals de rest van het centrum, officieel alsveiligheidsrisicogebied. De politie mag hier, met toestemming van burgemeesteren offi cier van justitie, mensen staande houden en fouilleren zonder concreteverdenking. Sinds de aanwijzing, twee jaar geleden, zijn zo’n 1100 mensengecontroleerd. Een noodmaatregel, bedoeld voor uitzonderlijke situaties, is hier routine geworden. New York City in de provincie.
En precies daar wringt het. De criminaliteit in Assen is met zo’n drieduizend incidenten per jaar nietuitzonderlij k hoog en evenmin geëxplodeerd. Niettemin gaat het om eeningrij pend instrument dat aan fundamentele rechten raakt: lichamelij keintegriteit, privacy, het uitgangspunt dat burgers alleen worden gecontroleerd alsdaar een duidelij ke aanleiding voor is. Het recht om met rust gelaten te worden.
Vergeten burgerrechten
Assen staat daarin niet alleen. Het aantal veiligheidsrisicogebieden groeit al jaren.Door het ontbreken van landelij ke registratie is onduidelijk hoeveel van deze zones Nederland telt, maar volgens de NOS gaat het inmiddels om enkele tientallen: eenvertienvoudiging sinds 2012. Ze duiken op in grote steden én in provinciestadjes als Emmen, Vlissingen en Vlaardingen. Bovendien worden ze steeds langer afgekondigd.
Terwij l de criminaliteit volgens het CBS al twintig jaardaalt, is het gevoel van onveiligheid leidend
De opkomst van het veiligheidsrisicogebied staat haaks op de cij fers. Terwij l decriminaliteit volgens het CBS al twintig jaar daalt, is het gevoel van onveiligheidleidend. Dat gevoel legitimeert zichtbare, ingrij pende maatregelen; de inperkingvan burgerrechten worden als aanvaardbaar ruilmiddel beschouwd. Het meestopvallende aan deze ontwikkelingen is dat er nauwelij ks publieke discussie over is.
Dat was ooit anders. Preventief fouilleren was jaren nadat de maatregel in 2002 hetlevenslicht zag, een taboe. De weerstand vanuit de samenleving was groot,herinnert
emeritus hoogleraar Algemene Rechtswetenschappen aan deRij ksuniversiteit Groningen Jan Brouwer
zich. ‘Er waren vanuit burgers allerleibezwaarschriften tegen de aanwij zing van zo’n gebied. Het privacy-argument werdveel genoemd.’
Zeer vergaande bevoegdheden
Ook politiek lag het gevoelig. Minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper toondezich in 1999 al tegenstander en waarschuwde ‘dat de politie al over zeer vergaandebevoegdheden beschikte’. Uiteindelij k vond de maatregel – mede ingegeven doorde Fortuynistische revolutie, die law and order hoog op de agenda zette – tochparlementaire steun. Dat weerhield Femke Halsema in 2002, toen nog alsfractievoorzitter van GroenLinks, er echter niet van om langdurig preventieffouilleren in Rotterdam ‘over het randje van de wet’ te noemen in het Algemeen Dagblad.
Opmerkelijk genoeg verlengde diezelfde Halsema recent, als burgemeester vanAmsterdam, het veiligheidsrisicogebied in de binnenstad tot 2026. Het is tekenendvoor hoe breed het middel inmiddels wordt geaccepteerd; ook door partijen die er ooit principiële bezwaren tegen hadden.
‘In Rijnmond zijn er bijna permanente zones waar preventief wordt gefouilleerd. Juridisch kan dat niet’
‘Het is genormaliseerd’, zegt Brouwer. ‘Er is nauwelijks nog commotie wanneer zo’n gebied wordt aangekondigd. In Rijmond zij n er plekken waar al jaren preventiefwordt gefouilleerd en waar je kunt spreken van bijna permanente zones. Juridisch kan dat niet.’ Maar het verzet, concludeert hij , ‘is zo’n beetje gesneuveld. Vanuit desamenleving is er veel draagvlak voor.’ Die normalisering markeert een wezenlijke verschuiving: we hebben hogere standaarden voor ons veiligheidsgevoel gekregenen sommige burgerrechten zijn daarvoor opgeofferd.
Volgens politiesocioloog Jaap Timmer van de Vrije Universiteit komt dat doordatschendingen van burgerrechten als minder urgent worden ervaren. Ze zijn abstract,selectief, en in het geval van etnisch profileren, vaak onzichtbaar voor wie er niet direct mee te maken krij gt. Onveiligheid daarentegen worden in de populaire cultuur gepresenteerd als acuut en urgent, terwijl de criminaliteitssituatie daarlang niet altijd aanleiding toe geven. ‘We houden onszelf er vooral mee bezig’, zegtTimmer. ‘In zekere zin is onveiligheid een industrie geworden. Dat is niet vrij van opportunisme.’
Angstgevoel
Media spelen daarin een sleutelrol in dat systeem. In het huidige tijdsgewricht krijgen geweldsincidenten veel aandacht, beelden verspreiden zich sneller dan ooit en de berichtgeving is omwille van kijkcijfers soms sensationeel. In de hoofden van tv-kijkers wordt een incident al snel een patroon, waar zij het slachtoff er van kunnen worden.
Politieke partij en spelen gretig in op dat sentiment. Zichtbare maatregelen, meerblauw op straat, preventief fouilleren, worden gepresenteerd als antwoord op een samenleving die steeds gevaarlijker zou worden en versterken zo het angstgevoel dat ze zeggen te bestrijden. ‘Er ontstaat een vicieuze cirkel’, zegt Timmer. ‘Maar voor dat vermeende probleem is weinig bewijs.’
‘Hier. Precies hier gebeurde het’, zegt Arie (65), wiens naam bekend is bij de Vrij Nederland redactie. Hij wijst naar de gesloten rolluiken van cafetaria Julio Menottiin de Marktstraat in Assen. ‘De eigenaar werd hier met een mes aangevallen. Er kwam een filmpje van, dat ging door de hele stad. Weer een incident. Wat is er eigenlijk tegen fouilleren, als je toch niks te verbergen hebt?’
‘We zijn het belang van grondrechten een beetje over hethoofd gaan zien’
Naast het toegenomen gevoel van onveiligheid, hechten we domweg ook minderwaarde aan onze grondrechten, meent Timmer. ‘Na de Tweede Wereldoorlog waren we uiterst terughoudend met het toekennen van vergaande bevoegdheden aan autoriteiten’, zegt hij . ‘Die reflex is verzwakt.’
In Duitsland daarentegen is dat historische trauma nog altij d levend. De opkomstvan autoritaire regimes, van het naziverleden tot de DDR, heeft zich vertaald in een robuuste privacycultuur, waarin digitale diensten als Google Maps op afstandworden gehouden en contant geld nog steeds de norm is.
De aanwij zing van zogeheten gefährliche Orte – het Duitse equivalent vanveiligheidsrisicogebieden – leidt daar nog geregeld tot felle discussies en protesten, op een schaal die we in Nederland, zelfs vlak na de invoering van de wet, nooit hebben gezien.
Ook social media dragen bij aan het eroderen van burgerrechten, zegt Timmer. ‘Het is een vorm van gewenning. Gebruikers staan dagelijks grote hoeveelheden persoonlijke gegevens af, vaak zonder daar expliciet bij stil te staan. En daardoor zijn we het belang van grondrechten een beetje over het hoofd gaan zien.’
Impuls
Hoewel deze ontwikkelingen al langer aan de oppervlakte speelden, gaf de coronapandemie preventief fouilleren een extra impuls. Eerder werd het middelvooral ingezet in Rijnmond, de oudste en nog altijd grootste ‘politiezone’, met jaarlijks zo’n dertienduizend controles. Maar tijdens de lockdowns burgerde het breder in, zegt bestuurskundige Christian Boxum van Pro Facto. ‘Het werd ingezet als er vrees bestond voor rellen in een gebied waarbij mogelijk ook wapens zoudenworden gebruikt’, zegt hij . ‘Gemeenten raakten zich bewust van het bestaan. Sindsdien wordt het instrument vaker, voor zowel kortere als langere tijd gebruikt.’
Daarmee raakt de kwestie aan een fundamenteler dilemma: hoe ver moet de politiek meegaan in de gevoelens van onveiligheid, wanneer cijfers dat gevoel niet ondersteunen?
‘Als volksvertegenwoordiger kun je die zorgen niet negeren’, zegt Ria Haan,gemeenteraadslid voor GroenLinks-PvdA in Assen. ‘Als je voorbij gaat aan het gevoelvan onveiligheid, voelen mensen zich betutteld en niet serieus genomen.’
‘Juist omdat preventief fouilleren diep ingrijpt ingrondrechten’
Maar volgens Boxum is gevoel een wankele basis voor zo’n ingrijpende maatregel.‘Juist omdat preventief fouilleren diep ingrijpt in grondrechten, moet er meer zij ndan alleen gevoel’, zegt hij. ‘Vaak wordt bovendien slecht gemotiveerd waarom zo’n gebied wordt verlengd.’
Gemeenten presenteren veiligheidsrisicogebieden namelij k graag als succes,ongeacht de uitkomst. Worden er weinig wapens gevonden, dan zou dat bewijzen dat de maatregel werkt; worden er veel gevonden, dan geldt dat als reden om ermee door te gaan. ‘De maatregel is eigenlijk altijd wel te onderbouwen’, zegt Boxum. Dat geldt niet overal: in sommige gebieden is sprake van een reële veiligheidscrisisen wordt het veiligheidsrisicogebied tijdelijk ingesteld.
Dat geldt niet overal: in sommige gebieden is sprake van een reële veiligheidscrisisen wordt het veiligheidsrisicogebied tijdelijk ingesteld.
Indruk van daadkracht
Zelfs als preventief fouilleren zou bij dragen aan minder criminaliteit, betekent datniet automatisch dat mensen zich ook veiliger voelen. ‘Meer blauw op straat wordtvaak gelijkgesteld aan meer veiligheid’, zegt Timmer. ‘Maar zichtbare controleskunnen bij sommige mensen juist onrust oproepen, omdat ze impliceren dat er ietsmis is. Over die effecten weten we bij preventief fouilleren opvallend weinig.’
Ook de literatuur over de effectiviteit van de maatregel is minimaal. Veel gemeenten registreren nauwelijks hoe vaak er wordt gefouilleerd, wie daarbij wordt gecontroleerd en wat het resultaat is.
Slechts ongeveer 2 procent van de controles tot de vondst van een wapen
Slechts 2 procent van de controles leidt tot de vondst van een wapen, blijkt uit cijfers van burgercollectief Control Alt Delete. ‘Gezien het personeelstekort bij de politie kun je je afvragen of dit de meest doelmatige inzet van capaciteit is’, zegt Jair Schalkwij k, onderzoeker aan de Erasmus Universiteit en betrokken bij Controle AltDelete.
Dat gemeenten ondanks al deze vraagtekens blijven volhouden dat preventieffouilleren opweegt tegen de inperking van burgerrechten en het risico op etnischprofileren, is opmerkelijk. De maatregel lij kt daardoor minder een effectief veiligheidsinstrument dan een ritueel: het wekt de indruk van daadkracht, terwij lniemand precies kan zeggen wat het oplevert. ‘De kans op etnisch profileren is er altijd’, zegt Boxum. ‘Een oudere vrouw heeft bij voorbeeld een relatief laag risicoprofiel.’
In de praktij k slaat dit regelmatig om in discriminatie. Onbewuste aannames over wie als ‘verdacht’ geldt, sturen mede wie wordt gecontroleerd, waarbij uiterlijk,kleding en huidskleur een rol spelen.
Ontwrichtend
Wanneer in veiligheidsrisicogebieden sprake is van etnisch profileren, ondermijnt dat het vertrouwen in de rechtsstaat. De ervaren veiligheid van de één wordt dan betaald met de vrijheid en waardigheid van de ander – veelal langs bestaande scheidslijnen van huidskleur en sociale positie. Dat maakt preventief fouilleren niet alleen juridisch kwetsbaar, maar ook maatschappelijk ontwrichtend.
Toch ontbreekt het grotendeels aan onafhankelij ke monitoring van de vraag of, en op welke wijze, etnisch profileren binnen deze gebieden voorkomt. Daardoor blijft het risico structureel bestaan en komen de gevolgen telkens bij dezelfde groepen burgers terecht.
Uit een rondvraag onder raadsleden in vier gemeenten blijkt dat controle opetnisch profileren in gemeenteraden zelden als een eigen taak wordt gezien; toezicht en verantwoording worden vooral overgelaten aan uitvoerende partijen.‘We vertrouwen op het veiligheidsteam’, zegt raadslid Ria Haan. ‘Zij hebben daar de meeste expertise in.’
Dat er zo weinig publiek debat bestaat over veiligheidsrisicogebieden en de rol van etnisch profileren daarin, is volgens Timmer veelzeggend. ‘Het laat zien hoe achteloos we inmiddels omgaan met de grondrechten van anderen’, zegt hij.‘Terwijl diezelfde mechanismen zich, onder andere omstandigheden, ook tegen een ieder van ons kunnen keren.’
Deze mechanismen kunnen zich, onder andereomstandigheden, tegen een ieder van ons keren
Gezien de maatschappelijke implicaties is het nodig om structureel en onafhankelijk onderzoek te doen naar de effecten van preventief fouilleren – op criminaliteit, op veiligheidsbeleving én op etnisch profileren. Dat is het minste wat zo’n ingrijpende maatregel verdient, zo niet vereist.
Tegelijkertijd dringt zich een fundamentelere vraag op: waarom zijn we bereid onze burgerrechten steeds verder in te leveren in naam van de veiligheid, terwijl cijfersdat offer niet rechtvaardigen? Misschien hebben we meer te winnen bij het doorbreken van angstpolitiek, het serieus nemen van feiten en het herstellen van vertrouwen in de samenleving, dan bij het verder normaliseren van een Nederland dat ongemerkt politieland wordt.
| Period | 20 Dec 2025 |
|---|
Media coverage
Media coverage
Title Lokale politiestaatjes rukken op Degree of recognition National Media name/outlet Vrij Nederland Media type Print Country/Territory Netherlands Date 20/12/25 Persons JS Timmer