Meer geld nodig voor juridisch onderzoek

Press/Media: Expert Comment

Description

Interview voor Mr

Period21 Mar 2017

Media contributions

1

Media contributions

  • TitleMeer geld nodig voor juridisch onderzoek
    Degree of recognitionNational
    Media name/outletMr.
    Media typeWeb
    CountryNetherlands
    Date21/03/17
    Description ‘Meer geld nodig voor juridisch onderzoek’
    21 maart 2017
    De juridische wetenschappers hebben de handen ineen geslagen om meer werk te maken met empirisch onderzoek. Daarvoor moeten wel eerst de middelen worden binnengehaald. Met het oog daarop is een stuurgroep opgericht waarin alle rechtenfaculteiten en wetenschappelijke juridische instituten zijn vertegenwoordigd. De voorzitter is voormalig raadsheer bij de Hoge Raad Fred Hammerstein.

    Het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) heeft van onderzoeksfinancier NWO een startsubsidie van 100.000 euro gekregen om empirisch besef bij juristen te bevorderen. “Het idee is dat we Empirical Legal Studies in zijn geheel willen stimuleren,” zegt Arno Akkermans, hoogleraar aan de VU en bestuurslid van het NSCR.

    De sociaal wetenschapper Nieke Elbers, voormalig onderzoeker aan de Vrije Universiteit (VU), kijkt in opdracht van de stuurgroep hoe juridisch onderzoekers meer bedreven kunnen raken in Empirical Legal Studies en hoe ze beter kunnen samenwerken met gedragswetenschappers. Ook brengt Elbers in kaart wat er al wordt gedaan aan empirisch juridisch onderzoek op de juridische faculteiten.
    Ondergeschoven kindje

    Juridische wetenschap is een ondergeschoven kindje binnen de wetenschap, zeggen Akkermans, Hammerstein en Ton Hol (decaan van de rechtenfaculteit van de Universiteit van Utrecht en voorzitter van de Raad van Decanen) tegen Mr. Van de NWO-taart gaan de grootste stukken naar de bètawetenschappen en geneeskunde. Daarna komen de gedragswetenschappen, en aan het eind komen de stiefkindjes, onder wie de juristen.

    “Juridisch onderzoekers doen weinig aanvragen en krijgen meestal weinig toegekend als ze onderzoeksvoorstellen doen,” licht Hammerstein toe. “De calls worden doorgaans beoordeeld vanuit de methodologie van de empirische wetenschappen. De opvatting is: Juristen doen maar wat, ze raadplegen alleen literatuur en jurisprudentie.”

    Empirisch juridisch onderzoek gebeurt volgens Hammerstein te weinig, niet systematisch genoeg, niet altijd deskundig genoeg en als het wel wordt gedaan wordt er in de praktijk te weinig gebruik van gemaakt. Een onderwerp dat zich leent voor empirisch onderzoek is alternatieve conflictoplossing zoals mediation. “Wil je daarop meer grip hebben dan moet je dat met empirisch onderzoek doen,” zegt Akkermans. “Dat lukt niet op de klassieke manier met het onderzoek van rechtsregels.”
    Eigen methodiek

    Ton Hol benadrukt dat juridisch onderzoek door empirische wetenschappers wel moet plaatsvinden onder regie van juristen, bijgestaan door andere wetenschappers. “Juristen kunnen onmogelijk al de benodigde technieken beheersen,” meent Hol. “Daarom hebben wij bij de juridische faculteit in Utrecht een hoogleraar sociale psychologie benoemd die bij alle juridische onderzoeken adviseert over het empirisch onderdeel.”

    De uitdaging is daarbij om het klassieke juridische onderzoek niet te vergeten. Hol: “Ook wij juristen doen serieus wetenschappelijk onderzoek, met een eigen methodiek. We kijken of nieuwe regels passen in het juridische systeem, om tegenstrijdigheden te voorkomen.” Bij de grotere rol van het slachtoffer in het strafproces zag Hol dat misgaan, omdat onvoldoende is gekeken of de aanpassing binnen het juridisch stelsel past.

    Hammerstein ziet juristen steeds meer proefschriften schrijven waarin klassiek juridische vragen worden gecombineerd met empirisch materiaal. Hij wijst op een onderzoek van de Utrechtse hoogleraar Ivo Giesen naar de prejudiciële vraag aan de Hoge Raad, en op een studie van de Groningse hoogleraar Leon Verstappen die door empirisch onderzoek ontdekte dat het toezicht op vermogensbeheer van minderjarigen tekortschiet. Instituten die veel empirisch juridisch onderzoek doen zijn de Onderzoeksschool IUS Commune van hoogleraar Michel Faure (Universiteit Maastricht) en het NSCR dat de kwaliteit van processen-verbaal onderzocht.
    Feitenkennis

    Het zijn vier voorbeelden van succesvol empirisch juridisch onderzoek. Door de inspanningen van de stuurgroep zullen nog vele van dergelijke studies volgen, hoopt Hammerstein. “Meer feitenkennis is van belang voor de gehele rechtsbeoefening,” meent hij. “Het is belangrijk dat recht wordt gedaan op basis van feiten, niet op basis van speculaties. Want juristen krijgen in toenemende mate te maken met onderzoeksresultaten die zij op hun waarde moeten kunnen schatten. De rechter hoeft niet de deskundige te zijn, maar hij moet wel weten hoe hij de bevindingen van de deskundige moet toetsen.”

    NWO kan niet precies zeggen hoeveel procent van het budget van 800 miljoen euro naar juridisch onderzoek gaat. “Het geld is verdeeld over verschillende programma’s en financieringsinstrumenten,” zegt woordvoerster Tessa van Leeuwen. Mede omdat verschillende geldstromen met elkaar verweven zijn (in hoeverre is een multidisciplinair geneeskundig onderzoek naar letselschade ook juridisch onderzoek?) is het lastig om een percentage te plakken op het juridische gedeelte.
    Psychologen

    NWO ziet wel degelijk kansen voor empirisch juridisch onderzoek. “Vroeger moesten juristen concurreren met psychologen en economen. Maar nu werken we met disciplinegroepen. Dat houdt in dat aanvragen van juristen alleen nog worden vergeleken met die van bestuurskundigen en politicologen. De voorstellen worden uitsluitend beoordeeld door referenten die zelf juridisch onderzoeker zijn, en bij de publicaties wordt gekeken wat de cultuur binnen het onderzoeksdomein is.”

    Bij juristen tellen lange lijsten van buitenlandse publicaties niet per se zwaarder dan Nederlandse publicaties. “Als sommige juristen minder goed scoren, zijn zij het dus zelf die dit beoordelen,” meent Van Leeuwen. “Internationaal recht doet het in het algemeen goed. Daar zit ook het meeste empirisch onderzoek. Misschien zijn juristen wel streng voor elkaar.”
    Producer/AuthorRedactie Mr.
    URLwww.mr-online.nl/meer-geld-nodig-juridisch-onderzoek/
    PersonsArno J. Akkermans, Fred Hammerstein, Ton Hol