https://studiegids.vu.nl/en/courses/2025-2026/AB_1297Deze cursus gaat over de relatie tussen burgerschap en duurzame gezondheid in onze technologische samenleving, met aandacht voor de opmars van health wearables, kunstmatige intelligentie, slimme steden, enzovoort. Er wordt gekeken hoe deze innovaties nieuwe vormen van zelfzorg en gezondheidsparticipatie stimuleren en hoe burgers zelf technologie in handen nemen om bijvoorbeeld milieuvervuiling tegen te gaan of in hun eigen voeding te voorzien. Het vak bestaat uit een theoretisch deel waarin deze ontwikkelingen a.d.h.v. literatuur ontleed worden en een praktisch deel waarin studenten in groepjes de leefomgeving van bewoners in de stad of op het platteland in kaart brengen en hun bevindingen aan de betrokken gemeenschappen terugkoppelen. Door actief deel te nemen aan dit vak kunnen studenten:Verschillende definities van de termen burgerschap en duurzame gezondheid van elkaar onderscheiden, en aangeven hoe deze begrippen onderling samenhangen.Begrippen en theorieën uit de literatuur over publieksparticipatie in wetenschap en technologie helder omschrijven en inzetten in discussies over burgerparticipatie in duurzame gezondheid.Zelf een visie vormen op de vraag of en hoe burgerparticipatie burgers toelaat mee te beslissen over het ontwerp van nieuwe technologieën en duurzamere gezondheid.Kwesties zoals milieuvervuiling en leefbaarheid in kaart brengen door middel van citizen-sensing methoden, waarbij burgers zelf meetinstrumenten ontwikkelen en gebruiken.In samenwerking met betrokken burgers in de stad of op het platteland een maatschappij-relevant onderzoek opzetten, uitvoeren en analyseren.Kritisch reflecteren op de mogelijke maatschappelijke bijdrage van het uitgevoerde onderzoek en op hun eigen leerproces.In deze cursus bestuderen we de samenhang tussen burgerschap en duurzame gezondheid tegen de achtergrond van de ‘technologisering’ van onze samenleving. Denk aan de opkomst van health wearables, digitale tools, artificiële intelligentie en ‘slimme steden’ die tot doel hebben de gezondheid, het welzijn en de levenskwaliteit van burgers te verbeteren. Op basis van literatuuronderzoek en gebruikmakend van eigen ervaringen, bespreken we hoe deze technologische vernieuwingen gepaard gaan met nieuwe vormen van burgerschap. Die nieuwe vormen van burgerschap zijn bijvoorbeeld geënt op principes van zelfzorg, zelfmanagement en participatie. Twee vragen staan hierbij centraal: 1) Hoe nemen burgers technologie, data en tools zelf in handen om bijvoorbeeld in hun eigen veiligheid of voeding te voorzien of om aandacht te vragen voor sociale en ecologische vraagstukken? 2) Hoe zorgen we ervoor dat iedereen die dat wenst kan meepraten en meebeslissen over het ontwerp van nieuwe technologieën die duurzamere samenlevingsvormen beogen? Zoals deze voorbeelden aangeven, wordt het begrip ‘gezondheid’ ruim ingevuld – het omvat naast fysiek, mentaal en sociaal welbevinden ook collectieve zorg, leefbare leefomgevingen en het welzijn van de planeet. Om deze vragen te beantwoorden maak je kennis met velden als science and technology studies, governmentality studies en gezondheidssociologie. Thema’s die hierbij aan bod komen zijn: biologisch burgerschap; gezondheid-op-maat; de neoliberalisering van de gezondheidszorg; milieugezondheid; toegang tot gezondheidszorg, gelijkheid en participatie; gezondheidsbeleid. Je gaat in dit vak ook praktisch aan de slag. Samen met een lokale gemeenschap ontwerp je een onderzoek waarin je samen met medestudenten de leefomgeving gaat verkennen met je zintuigen (bv. welke prikkels ervaar je in de stad?) en met sensoren (bv. om luchtvervuiling te meten) en/of low-tech meetinstrumenten (vb. pen en papier, camera). Je koppelt je observaties aan die gemeenschappen terug, en reflecteert op de vraag wat citizen sensing kan betekenen voor duurzame gezondheid en burgerschap.Het vak bestaat uit:Hoorcolleges (HC): 6; totaal aantal uren: 12Werkcolleges (WC): 8; totaal aantal uren: 30Veldwerk in groep (korte veldexcursies): 8Zelfstudie: 120 uurTotaal aantal contacturen: 42 Alle contacturen zijn aanwezigheidsplichtig.Toetsing vindt plaats aan de hand van de volgende uitkomsten: a. Gezamenlijke bespreking van kernbegrippen uit de literatuur (20%): Aan de hand van literatuurstudie bespreken studenten in groepen (3-6 personen) literatuur om het begrip van concepten te vergroten en nieuwe inzichten te verwerven en uit te diepen. Per werkcollege presenteert telkens één leesgroep een tekst a.d.h.v. de Kerncitaat-Argument-Verband-Vraag (KAVV) methode. Studenten worden als groep beoordeeld op de inhoudelijke kwaliteit van hun inbreng en op het faciliteren van de discussie met medestudenten. Bij opvallend meer of minder inbreng wordt een individuele correctie op het cijfer toegepast. b. Dagboek/Portfolio (30%): Dit is een individueel verslag dat het veldwerk van de student beschrijft en illustreert a.d.h.v. een protocol (zie Appendix 1), met nadruk op de eigen ervaringen (zowel subjectieve als wetenschappelijke), de onderzoekskeuzes gemaakt in het veld en een reflectie op het soort kennis dat citizen sensing genereert. Alle portfolios van één groep samen vormen de data voor onderdeel c: poster en presentatie. c. Poster en presentatie (40%): Door middel van een poster of een andere creatieve vorm presenteert elke groep zijn veldwerk, ervaringen en bevindingen aan leden van lokale gemeenschappen en aan medestudenten. In dit onderdeel staan twee vragen centraal: 1) Wat voor data, informatie of kennis heeft het onderzoek en veldwerk opgeleverd? 2) Wie heeft baat bij deze kennis en waarom (en wie niet)? Achteraf is er een groepsreflectie over deze derde vraag: 3) Wat leren we hieruit over de mogelijkheden en beperkingen van citizen sensing? d. Peerfeedback (10%): Voor onderdeel c (poster en presentatie) geeft elke student afzonderlijk een beoordeling op de inzet en bijdrage van één groep a.d.h.v. een evaluatieformulier. Compensatie: Op alle bovenstaande onderdelen dient een voldoende resultaat te worden behaald om de cursus af te kunnen ronden. Daarnaast moet de inzet van de student gedurende de cursus als voldoende beoordeeld worden (pass/fail). De inzet is voldoende wanneer studenten de tussentijdse deadlines halen inclusief peer feedback op de portfolio, communiceren naar de werkgroep docenten over een onvoorspelbare afwezigheid, en deze op tijd inhalen via een inhaalopdracht. Herkansing van de onderdelen a, b, c en d is mogelijk bij het hertentamen. Leerlijn academische vaardigheden (ACVA) Academische houding (kritisch denken, oordeelsvorming en reflectie op handelen): het voorbereiden, houden en analyseren van eigen veldwerk (summatief) Schrijfvaardigheden: individuele reflectie (formatief en summatief) Presentatievaardigheden: presentatie (formatief en summatief) Samenwerken: groepswerk en overleg met maatschappelijke stakeholders (burgers) (formatief) Leerlijn Onderzoeksmethoden en Statistiek Onderzoeksmethoden theorie: basisintroductie achtergrond kwalitatief onderzoek (formatief) Onderzoeksmethoden praktijk: biologisch, experimenteel en maatschappelijk veldwerk en analyse (formatief en summatief) Leerlijn International Communication in Science Engels lezen: onderwijsmateriaal (summatief)De literatuur voor dit vak is terug te vinden in Canvas.BSc Gezondheid en Leven jaar 2 Major Duurzame gezondheid en zorg (DGZ) verplichte cursusDe cursus Burgerparticipatie in duurzame gezondheid bouwt voor op onderwerpen en benaderingen die al in eerdere cursussen aan bod zijn gekomen. Relevant daarbij zijn:Uitdagingen in duurzame gezondheid en zorg: aandacht voor de samenhang tussen ecologische, sociale en economische duurzaamheid met nadruk op de antwoorden die burgers geven aan deze uitdagingenSamenwerking met lokale gemeenschappen volgens de community service learning benadering (voortbouwend op major DGZ)Dit vak maakt gebruik van Canvas.