URL study guide
https://studiegids.vu.nl/en/courses/2025-2026/R_JurvaarCourse Objective
Het vak Juridische vaardigheden geldt als een van de belangrijkste vaardighedentrainingen in de juridische opleiding, omdat dit vak de basis legt voor vervolgcursussen in de vaardighedenlijn, zoals de bachelorscriptie en Pleitoefening. In dit vak worden enkele juridische academische vaardigheden getraind die voor juristen onontbeerlijk zijn. Het betreft hier voornamelijk basisvaardigheden, die in de loop van de studie bij andere vakken verder worden ontwikkeld. Juridische vaardigheden (academische kern), onderdeel A – Juridische argumentatie In onderdeel A wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: argumentatiestructuren, logica, discussie, drogredenen, retorica en framing. De leerdoelen van onderdeel A zijn hieronder weergegeven. Na het volgen van dit onderdeel is de student:in staat om de argumentatiestructuur van een tekst te analyseren;in staat om de (on)geldigheid van een redenering vast te stellen en uit te leggen;in staat om een discussie in een tekst te herkennen en te analyseren;in staat om drogredenen op te sporen en te benoemen;op de hoogte van de werking van stijlmiddelen en in staat om in een tekstfragment stijlmiddelen en hun doel te herkennen en deze bespreken;in staat om te analyseren hoe de overtuigingsmiddelen logos, ethos en pathos een rol spelen in een betoog en op welke manier zij het publiek kunnen beïnvloeden;in staat om het gebruik van framing in een tekstfragment of filmpje te herkennen en te beoordelen.Juridische vaardigheden (academische kern), onderdeel B – Juridisch schrijven Binnen onderdeel B van Juridische vaardigheden staat het doen van onderzoek in de rechtswetenschap centraal. Gedegen rechtswetenschappelijk onderzoek bestaat uit het vinden en verwerken van informatie, schriftelijk verslag doen van je bevindingen en feedback op schriftelijke stukken kunnen geven en verwerken. Onderstaande leerdoelen hebben betrekking op deze vaardigheden. Na het volgen van dit onderdeel is de student in staat om:juridische informatie te vinden in (digitale) bibliotheken en databestanden;juridische informatie te analyseren en te beoordelen op (onder meer) relevantie, actualiteit en kwaliteit;juridische bronnen (zoals rechtspraak en wetgeving) te beoordelen, niet alleen vanuit juridisch maar ook vanuit empirisch perspectief, en daar sociaalwetenschappelijke informatie bij te betrekken;van een concrete juridische kwestie te abstraheren en het achterliggende juridische, rechtstheoretische en/of maatschappelijke probleem te herkennen;een concreet juridisch probleem te beschrijven, samen te vatten, en de juridische relevantie aan te tonen;bij een concreet juridisch probleem een relevante, afgebakende en goed geformuleerde onderzoeksvraag op te stellen;een duidelijk standpunt in te nemen over een wetsvoorstel en dit standpunt te onderbouwen met logische, goed gestructureerde en overtuigende argumentatie;juridische informatie op een goede en kritische manier te verwerken tot deugdelijke argumentatie voor een standpunt;standpunt en argumentatie om te zetten in een helder en overtuigend, goed gestructureerd, schriftelijk juridisch betoog;een juridisch betoog te schrijven in overeenstemming met academische maatstaven, in een begrijpelijke, passende en overtuigende stijl en in correct Nederlands;ontvangen feedback op eigen werk te beoordelen en te verwerken.Eindtermen: 5, 7, 9-11, 15-16, 18-19 en 21-22 Zie voor de eindtermen van de Bachelor Rechtsgeleerdheid het Onderwijs- en Examenreglement Bachelor Rechtsgeleerdheid.
Course Content
De cursus bestaat uit twee onderdelen (A: Juridische argumentatie & B: Juridisch schrijven) en wordt gegeven gedurende twee onderwijsperioden in het tweede semester. In onderdeel A (periode 4) staat het begrijpen en beoordelen van juridische argumentatie centraal. Voor juristen is argumenteren van groot belang. Recht is een argumentatieve praktijk. Juristen moeten daarom in de eerste plaats kennis kunnen nemen van argumenten die andere schrijvers of sprekers naar voren hebben gebracht; zij moeten die argumentatie begrijpen. In de tweede plaats moeten ze de argumenten waar ze mee te maken krijgen, kritisch kunnen beoordelen. Niet alleen: wat staat er? Maar ook: klopt het argument en vormt het een goede ondersteuning van het standpunt? En in de derde plaats moet een jurist ook zelf argumenten kunnen vinden en een redenering kunnen opbouwen. Bij onderdeel A leer je daarom complexe argumentatievormen te analyseren, de geldigheid van redeneringen te onderzoeken (logica) en drogredenen op te sporen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de aanvaardbaarheid van argumenten en andere middelen waarmee je het publiek kunt overtuigen (retorica). Dit wordt getoetst in een schriftelijke deeltoets. Naast het herkennen en zelf opzetten van argumentatiestructuren is het voor iedere jurist van groot belang om informatie te kunnen vinden en verwerken die relevant is voor een bepaald standpunt. In onderdeel B van Juridische vaardigheden komen daarom informatie- en schrijfvaardigheden aan bod. Deze vaardigheden worden gecombineerd met de argumentatievaardigheden uit onderdeel A bij het schrijven van een juridisch stuk. Hiervoor is het namelijk van belang dat je de juiste informatie vindt en deze vervolgens correct interpreteert en verwerkt. Dit betekent onder meer dat je de informatie in een (argumentatie)structuur moet kunnen plaatsen en helder moet kunnen weergeven. Juristen zijn hier dagelijks mee bezig, denk aan het opstellen van een pleitnota, een uitspraak of een beleidsstuk. De vaardigheden die centraal staan in onderdeel B, worden getoetst in een schriftelijke deeltoets. Law in action Tijdens onderdeel B voeren studenten een onderzoek uit naar een wet of een wetsvoorstel over een actueel en maatschappelijk relevant onderwerp. Het onderzoek heeft tot doel het wetsvoorstel kritisch te beoordelen, waarbij studenten twee soorten criteria hanteren: juridische criteria (Is de wet verenigbaar met hoger recht?) en empirische criteria (Is de wet uitvoerbaar en handhaafbaar? Worden de gewenste doelen bereikt? Zijn er geen ongewenste nevengevolgen?). Bij hun onderzoek maken studenten niet alleen gebruik van rechtswetenschappelijke literatuur, maar ook van sociaalwetenschappelijke informatie. De argumenten die uit de evaluatie naar voren komen, kunnen worden gebruikt in het juridisch betoog dat tijdens de deeltoets moet worden opgesteld.
Teaching Methods
Voor dit vak geldt een aanwezigheidsplicht. Zie voor de nadere uitwerking de studiehandleiding van dit vak. Voor onderdeel A (3 ECTS) wordt gedurende vijf weken onderwijs verzorgd. De contacturen zijn verdeeld over vijf hoorcolleges en vijf werkgroepen. Tijdens de werkgroepen is ruimte voor praktische vaardighedenontwikkeling en directe interactie en begeleiding. Aan de hand van voorbereide en onvoorbereide opdrachten wordt aan de hand van verschillende werkvormen geoefend met de stof, onder andere met het analyseren van de argumentatiestructuur, het opstellen van redeneerschema’s en het gebruik van retorische middelen. In week 6 vindt de schriftelijke deeltoets plaats. Ook onderdeel B (3 ECTS) duurt zes weken en bestaat uit een aantal hoorcolleges en werkgroepen/practica (zie de syllabus voor het cursusoverzicht). Tijdens de werkgroepen is ruimte voor praktische vaardighedenontwikkeling en directe interactie en begeleiding. Er wordt op diverse manieren geoefend met het structureren en formuleren van een betoog, en met het geven van feedback. Daarnaast is er aandacht voor brononderzoek en worden oefendebatjes gehouden over een wetsvoorstel. Naast deze contacturen dienen de meeste uren voor dit onderdeel besteed te worden aan het zoeken en verwerken van informatie, het maken van (voorbereidings)opdrachten en het voorbereiden van het juridisch betoog. Dit betekent dat gemiddeld naast de contacturen per week ruim 9 uur aan dit onderdeel van Juridische vaardigheden dient te worden besteed. Dit onderdeel wordt afgesloten met een schriftelijke deeltoets. Bij de werkgroepbijeenkomsten van het vak is voorbereiding verplicht. Van studenten wordt verwacht dat zij voorafgaand aan iedere werkgroepbijeenkomst de voorgeschreven literatuur hebben bestudeerd en de hierbij behorende opdrachten schriftelijk hebben voorbereid en ingediend. Tijdens de bijeenkomsten is een actieve houding vereist. Zie ook de syllabi voor informatie over de procedure en houd de mededelingen op Canvas in de gaten.Method of Assessment
Het eindcijfer wordt opgebouwd uit een deelcijfer voor de schriftelijke deeltoets bij onderdeel A en een deelcijfer voor de schriftelijke deeltoets bij onderdeel B (50%/50%). U dient voor beide onderdelen een voldoende (een 5,5 of hoger) te behalen om het vak af te ronden. Naast de reguliere toetsen in het eerste jaar van de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid dienen alle studenten een taaltoets te maken. Wanneer u een onvoldoende heeft behaald voor de taaltoets, dient u deel te nemen aan de remediërende cursus. De taaltoets en de remediërende cursus worden beide verzorgd door het Taalcentrum van de universiteit. Voor de taaltoets kunt u een voldoende of een onvoldoende halen. Het resultaat van de taaltoets telt niet mee bij de bepaling van het eindcijfer voor Juridische vaardigheden. NB: Het behalen van de taaltoets is een voorwaarde voor de registratie van het cijfer voor het vak Juridische vaardigheden. Let op: Naast de taaltoets maakt ook de leerlijn PPI onderdeel uit van de onderwijseenheid Juridische vaardigheden. Voor PPI geldt – net als voor de andere vakken in het eerste jaar van de bacheloropleiding – een aanwezigheidsverplichting. Voor het vak Juridische vaardigheden wordt pas een cijfer vastgesteld en geregistreerd wanneer de student alle onderdelen van de onderwijseenheid (Juridische vaardigheden A, Juridische vaardigheden B, de Taaltoets én de aanwezigheid bij PPI) met een voldoende heeft afgerond.Literature
De te gebruiken literatuur wordt in de syllabi en via Canvas bekendgemaakt. De syllabi zijn te zijner tijd beschikbaar in digitale dan wel papieren vorm.Target Audience
Studenten Rechtsgeleerdheid en Notarieel Recht (B1)Custom Course Registration
Wanneer u vorig collegejaar één van de twee onderdelen van Juridische vaardigheden al met een voldoende heeft afgerond, blijft uw cijfer in beginsel staan en hoeft u dat onderdeel niet opnieuw te doen. NB: Op VU.nl kunt u zich alleen inschrijven voor het gehele vak (dat start in periode 4). Schrijft u zich dus ook voor het hele vak in wanneer u nog één onderdeel moet afronden. U hoeft dan alleen onderwijs te volgen voor het nog te behalen onderdeel (onderdeel A Juridische argumentatie in periode 4, of onderdeel B Juridisch schrijven in periode 5).Additional Information
De vakcoördinator van Juridische vaardigheden is te bereiken via e-mail: [email protected]Entry Requirements
Voor toegang tot de werkgroep is vereist: het bestuderen van de voorgeschreven literatuur, het maken en indienen van de voorbereidingsopdrachten en eventuele andere aangegeven voorbereidende activiteiten. Tijdens de bijeenkomsten is een actieve houding vereist.- Studenten mogen zonder Juridische vaardigheden niet deelnemen aan het vak Pleitoefening of aan de bachelorscriptie.
Language of Tuition
- Dutch
Study type
- Bachelor