https://studiegids.vu.nl/en/courses/2025-2026/P_MPSYPRAAan het eind van de cursus kun je diagnostische instrumenten bij kinderen, adolescenten en hun ouders beschrijven (bijv. meetdoel, doelgroep), aan anderen uitleggen en gebruiken; over de resultaten van verschillende diagnostische instrumenten op inzichtelijke wijze rapporteren; nieuwe hypothesen genereren in de evaluatie; en over je eigen inzet bij de afname reflecteren. Voor dit vak zijn overstijgende leerdoelen geformuleerd en vind je tevens leerdoelen per werkgroep. De overstijgende leerdoelen zijn gerelateerd aan de eindtermen van de master psychologie, meer specifiek voor de specialisatie klinische ontwikkelingspsychologie (zie OER). De volgende leerdoelen zijn onderscheiden:Je kunt het belang van het systematisch gebruik van theoretische kennis en integrerende modellen bij het opstellen van onderkennende en verklarende diagnostische onderzoekshypothesen uitleggen en toepassen.Je kunt uitleggen hoe diagnostisch onderzoek naar leervorderingen en leerstoornissen vormgegeven dient te worden. Je kunt beschrijven waarop je dient te letten bij intakegesprekken met ouders, kinderen en adolescenten en je kunt identificeren welke aspecten relevant zijn bij opvoedingsdiagnostiek.Je kunt het belang van systematische gedragsobservatie uitleggen en een overzicht geven van relevante instrumenten om de kwaliteit van gehechtheid tussen ouder en kind in kaart te brengen. Je kunt uitleggen welke instrumenten de sociale ontwikkeling van afwijkend tot normaal in kaart kunnen brengen en kennis over psychometrische eigenschappen toepassen bij de interpretatie van de uitkomsten. Je kunt instrumenten gericht op stressorgerelateerde problematiek en trauma beschrijven en uitleggen hoe deze te gebruiken. Je kunt uitleggen welke aspecten relevant zijn bij het integreren van informatie verkregen tijdens het diagnostische traject en onderscheid maken in verschillende vormen van analyseren van de gegevens, zoals een verklaringsanalyse.De cursus biedt inhoudelijke kennis en praktische vaardigheden met betrekking tot verdiepende psychodiagnostiek bij kinderen, jeugdigen en hun ouders. In de cursus komen ontwikkelingsaspecten en omgevingskenmerken aan de orde die relevant zijn voor de psychodiagnostiek van kinderen, adolescenten en hun ouders. Meer specifiek bespreken we de psychodiagnostiek van sociale en emotionele problemen, cognitieve functies, stressorgerelateerde problemen en trauma bij kinderen en adolescenten (0‐24 jaar). Daarnaast is er aandacht voor relevante diagnostiek bij ouders (bijv. relatieproblematiek). Wetenschappelijke bevindingen op dit gebied vertalen we naar de klinische praktijk. Aan de hand van opdrachten leer je via casuïstiek meer over de achtergronden voor de keuze, de afname en de interpretatie van verschillende instrumenten. Als aankomend psychodiagnosticus leer je in de cursus je theoretische, methodische en persoonlijk-professionele reflectie over diagnostisch handelen te ontwikkelen en aan te scherpen. In de opbouw van de cursus hebben we rekening gehouden met de volgende zaken die je nodig hebt bij diagnostisch onderzoek in deze doelgroep: leeftijdsgroepen en bijbehorende problematiek (bijv. jonge kinderen en gezinsfunctioneren, gehechtheid); kenmerken van informanten, methoden en instrumenten; en onderdelen van het diagnostisch proces. De kennis en vaardigheden die je in deze cursus opdoet zijn toe te passen op de stageplek en de vragen die je tijdens de stage tegenkomt kun je in deze cursus aan de orde laten komen. Kortom, het gaat om een actieve wisselwerking tussen de wetenschappelijke opleiding en de beroepspraktijk, waarbij de praktische uitwerking van de stof bij het identificeren van emotionele‐ en gedragsproblemen van kinderen en adolescenten centraal staat.Hoorcolleges, werkgroepen en opdrachten.Opdrachten, tentamen (open vragen). Toetsing van de leerdoelen vindt plaats met behulp van drie opdrachten en een tentamen (open vragen). Er geldt tevens een aanwezigheidsplicht bij de werkgroepen (er mag maximaal één werkgroep gemist worden). Het eindcijfer is een combinatie van het tentamencijfer en het gemiddelde cijfer van de drie opdrachten. Hierbij geldt dat het tentamencijfer meetelt voor 50% en het gemiddelde opdrachtcijfer voor 50%. Zowel de aanwezigheid, het tentamen als het gemiddelde van de opdrachten dienen met een voldoende te zijn beoordeeld om te slagen voor de cursus.Zie Canvas voor een overzicht van de complete literatuurlijst, waaronder hoofdstukken uit Tak e.a. (2024, 9de druk).Bij onevenredige verdeling van aantal studenten over groepen kan een herindeling gemaakt worden (binnen zelfde tijdslot). Als dat nodig is (je hoort dit via een aankondiging), kan de groepsindeling in canvas afwijken van de registratie in een bepaalde werkgroep in jouw vu-rooster.