Absoluut en relatief meten, 5 (2) pp. 30-54.

J. Terwel

Research output: Contribution to JournalArticleAcademicpeer-review

36 Downloads (Pure)

Abstract

Absolute meetprocedures verschaffen informatie over wat een individu kan en niet kan, onafhankelijk van de verhouding van zijn prestatie tot de prestaties van andere individuen. Relatieve meetprocedures verschaffen informatie over de rangorde van de prestaties van individuen. M.a.w. relatieve metingen geven aan hoeveel leerlingen een bepaalde leerling met zijn prestatie overtreft. Deze onderscheiding blijkt al vele tientallen jaren onderwerp van discussie te zijn in de Amerikaanse psychometrische literatuur. De laatste jaren is de belangstelling voor de problematiek van absoluut versus relatief meten toegenomen, vooral onder invloed van de discussie over mastery learning. Tegelijkertijd is hiermee het probleem in en bredere context geplaatst. Naast de statistische en psychometrische aspecten worden problemen van onderwijsfilosofische aard expliciet in de discussie betrokken. In het volgende worden enkele belangrijke aspecten van deze problematiek benaderd vanuit de recente internationale literatuur. Hierbij zijn de volgende vragen richtinggevend geweest:
1. Wat is het onderscheid tussen absoluut en relatief meten?
2. Is deze onderscheiding in scoringsprocedures gerelateerd aan een
onderscheiding in:
- toetsdoelen
- onderwijsleersituaties
- onderwijsfilosofieën
- meetinstrumenten
- meettheorieën
3. Moet er een keuze worden gemaakt tussen absoluut en relatief meten?
Original languageDutch
Pages (from-to)30-54
Number of pages25
JournalInfo, Informatiebladen van het Instituut voor Onderwijskunde der RU/Groningen
Volume5
Issue number2
Publication statusPublished - 1973

Cite this