Botafwijkingen

I. van der Waal

    Research output: Chapter in Book / Report / Conference proceedingChapterProfessional

    Abstract

    Bij diagnostisch onderzoek van een vermeende kaakbotafwijking kan inspectie en vooral palpatie reeds enige informatie verschaffen. Zo kan bijvoorbeeld worden vastgesteld of er sprake is van een verbreding van het betreffende kaakbotgedeelte. Tevens kan een indruk worden verkregen over de vraag of men te doen heeft met een beenharde, een cysteuze (crepitatie) of een vast-elastische afwijking. Wat betreft het röntgenologische onderzoek geeft de tandfilm (‘solo’) vaak al veel informatie. Zo nodig kan gebruik worden gemaakt van een occlusale foto. Een veel gebruikte röntgenfoto is het elders in dit boek beschreven orthopantomogram, waarbij in één opname de gehele boven- en onderkaak worden weergegeven (zie par. 2.3.2.2). Het is vooral bij grote processen vaak zinvol aanvullend röntgenologisch onderzoek uit te voeren met behulp van computertomografie (CT-scan). MRI-onderzoek wordt bij de diagnostiek van botafwijkingen betrekkelijk weinig toegepast. Een ander diagnostisch hulpmiddel is scintigrafisch onderzoek (botscan) met behulp van radioactief gemerkte stoffen. Wanneer op grond van het röntgenologische onderzoek rekening wordt gehouden met de mogelijkheid van een in het bot gelegen vasculaire afwijking, is arteriografisch onderzoek geïndiceerd.
    Original languageUndefined/Unknown
    Title of host publicationMondziekten, kaak- en aangezichtschirurgie
    EditorsJ.A. Baart, I. van der Waal
    Place of PublicationHouten
    PublisherBohn Stafleu van Loghum
    Pages133-146
    ISBN (Print)9789031353217
    DOIs
    Publication statusPublished - 2009

    Cite this