Case note: Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Omoregie. Inmenging bij eerste toelating)

S.K. van Walsum

Research output: Case NoteCase noteProfessional

Abstract

Klager is nooit in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning. Bovendien was hem de verplichting opgelegd het land te verlaten. Omdat in dit geval onbetwist sprake is van een oprecht huwelijk waaruit een kind is geboren en het gezin tot aan het moment van uitzetting intact is gebleven, betekenen uitzetting en ongewenstverklaring inmenging in het recht op respect voor het gezinsleven. Bij het beoordelen van de noodzakelijkheid, dient rekening te worden gehouden met de criteria genoemd in Üner. Een belangrijke punt van overweging is of het gezinsleven is ontstaan op een moment dat betrokkenen hadden moeten beseffen dat het verblijfsrecht van één van hen precair was. Wanneer dit het geval is, zal uitzetting van dat gezinslid slechts onder uitzonderlijke omstandigheden strijdig zijn met artikel 8 van het EVRM. Klacht niet gegrond.
Original languageDutch
File no.20
Finished31/07/08
Publication statusPublished - 2009

Publication series

NameRechtspraak Vreemdelingenrecht
No.2008
Volume2009

Cite this