Concernverhoudingen: de instructiebevoegdheid van een moedervennootschap en de bestuursautonomie van een dochtervennootschap

Research output: Contribution to JournalArticleAcademicpeer-review

122 Downloads (Pure)

Abstract

Dit artikel gaat over de grenzen van de instructiebevoegdheid van een moedervennootschap in concernverhoudingen. Startpunt is de bestuursautonomie van het bestuur van de dochtervennootschap. Deze bestuursautonomie is niet onbegrensd. Een sprekende inperking van de bestuursautonomie is het toekennen van een statutair instructierecht aan de algemene vergadering van een dochtervennootschap (art. 2:129/239 lid 4 BW). Bij een dochter-BV kan dit instructierecht verder reiken dan bij een dochter-NV. Het ontbreken van een statutair instructierecht laat de ruimte die de moedervennootschap als aandeelhouder heeft om aanwijzingen te geven onverlet. In een dergelijke situatie kan het bestuur van de dochtervennootschap op grond van een autonome afweging besluiten om de aanwijzing al dan niet op te volgen. Materieel is de ruimte om tot een eigen afweging te komen beperkt vanwege de feitelijke instructiemacht van de moedervennootschap.
Original languageDutch
Article number40
Pages (from-to)12-16
Number of pages5
JournalFiscaal Tijdschrift Vermogen
Volume2019
Issue number11-12
Publication statusPublished - 23 Dec 2019

Cite this