De paradigmawisseling in het euthanasierecht

Research output: Contribution to JournalReview articleAcademic

Abstract

Vrij kort achter elkaar promoveerden Veerle van de Wetering en Liselotte Postma aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het Nederlandse euthanasierecht en beide promovendi zijn kritisch over de huidige staat daarvan. Postma richt haar kritiek op een specifiek onderdeel: de regeling van de schriftelijke wilsverklaring in artikel 2 lid 2 Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl). Deze regeling staat op dit moment ter discussie vanwege twee uitspraken van de Hoge Raad in de zaak van de “koffie-euthanasie” (de “Koffiezaak”). Deze uitspraken vormen een voorlopig eindpunt in de lange historische ontwikkeling van het Nederlandse euthanasierecht die uitgebreid door Postma wordt beschreven. Zij besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de wijze waarop tijdens die ontwikkeling werd gedacht over schriftelijke wilsverklaringen als grondslag van levensbeëindigingen. Ook Van de Wetering beschrijft de geschiedenis en de achtergronden van het Nederlandse euthanasierecht en zij bespreekt een aantal bijzondere onderwerpen daaruit: de afbakening van euthanasie ten opzichte van palliatieve sedatie, de meldingsplicht van de arts, levensbeëindiging bij kinderen en de opvattingen van artsen over deze onderwerpen. Dit artikel is een recensie van beide proefschrift vanuit het idee dat het euthanasierecht moet worden beoordeeld vanuit de mensenrechten die zijn neergelegd in het EVRM en het VRPH.
Original languageDutch
Article numberDD 2021/69
Pages (from-to)902-911
Number of pages10
JournalDelikt en Delinkwent
Volume50
Issue number10
Publication statusPublished - 1 Dec 2021

Cite this