Ecologische aspecten bij het bodemsaneringsbeleid in Amsterdam

W.A. Tenner, A.C. Belfroid, A.G.M. van Hattum, H. Aiking

Research output: Book / ReportReportAcademic

Abstract

Het beleid van de gemeente Amsterdam ten aanzien van bodembescherming is primair gericht op het voorkomen van risico's van bodemverontreiniging voor de mens en op het voorkomen van verspreiding van de verontreiniging(en). Bescherming van het ecosysteem wordt wel in de urgentiesystematiek betrokken, maar speelt een relatief ondergeschikte rol. De centrale doelstelling van dit rapport is na te gaan wat er bekend is over de effecten van bodemverontreinigende stoffen op bodemecosystemen in Amsterdam. De belangrijkste geconstateerde bodemverontreinigingen zijn lood, kwik, arseen, koper, zink, olie, benzeen en op enkele specifieke locaties ook polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en polychloorbiphenylen (PCB's). Vervolgens is beschreven welke effecten optreden bij de aandachtssoorten die leven in of op een bodem verontreinigd met de geselecteerde aandachtsstoffen in concentraties hoger dan de Eco Interventiewaarde. Het rapport wordt afgesloten met enige aanbevelingen voor nader onderzoek.
Original languageDutch
Place of PublicationAmsterdam
PublisherInstituut voor Milieuvraagstukken
Publication statusPublished - 2004

Publication series

NameIVM-rapport
No.R-97/08

Cite this

Tenner, W. A., Belfroid, A. C., van Hattum, A. G. M., & Aiking, H. (2004). Ecologische aspecten bij het bodemsaneringsbeleid in Amsterdam. (IVM-rapport; No. R-97/08). Amsterdam: Instituut voor Milieuvraagstukken.
Tenner, W.A. ; Belfroid, A.C. ; van Hattum, A.G.M. ; Aiking, H. / Ecologische aspecten bij het bodemsaneringsbeleid in Amsterdam. Amsterdam : Instituut voor Milieuvraagstukken, 2004. (IVM-rapport; R-97/08).
@book{b0efadad6966491eafad497679c63090,
title = "Ecologische aspecten bij het bodemsaneringsbeleid in Amsterdam",
abstract = "Het beleid van de gemeente Amsterdam ten aanzien van bodembescherming is primair gericht op het voorkomen van risico's van bodemverontreiniging voor de mens en op het voorkomen van verspreiding van de verontreiniging(en). Bescherming van het ecosysteem wordt wel in de urgentiesystematiek betrokken, maar speelt een relatief ondergeschikte rol. De centrale doelstelling van dit rapport is na te gaan wat er bekend is over de effecten van bodemverontreinigende stoffen op bodemecosystemen in Amsterdam. De belangrijkste geconstateerde bodemverontreinigingen zijn lood, kwik, arseen, koper, zink, olie, benzeen en op enkele specifieke locaties ook polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en polychloorbiphenylen (PCB's). Vervolgens is beschreven welke effecten optreden bij de aandachtssoorten die leven in of op een bodem verontreinigd met de geselecteerde aandachtsstoffen in concentraties hoger dan de Eco Interventiewaarde. Het rapport wordt afgesloten met enige aanbevelingen voor nader onderzoek.",
author = "W.A. Tenner and A.C. Belfroid and {van Hattum}, A.G.M. and H. Aiking",
year = "2004",
language = "Dutch",
series = "IVM-rapport",
publisher = "Instituut voor Milieuvraagstukken",
number = "R-97/08",

}

Tenner, WA, Belfroid, AC, van Hattum, AGM & Aiking, H 2004, Ecologische aspecten bij het bodemsaneringsbeleid in Amsterdam. IVM-rapport, no. R-97/08, Instituut voor Milieuvraagstukken, Amsterdam.

Ecologische aspecten bij het bodemsaneringsbeleid in Amsterdam. / Tenner, W.A.; Belfroid, A.C.; van Hattum, A.G.M.; Aiking, H.

Amsterdam : Instituut voor Milieuvraagstukken, 2004. (IVM-rapport; No. R-97/08).

Research output: Book / ReportReportAcademic

TY - BOOK

T1 - Ecologische aspecten bij het bodemsaneringsbeleid in Amsterdam

AU - Tenner, W.A.

AU - Belfroid, A.C.

AU - van Hattum, A.G.M.

AU - Aiking, H.

PY - 2004

Y1 - 2004

N2 - Het beleid van de gemeente Amsterdam ten aanzien van bodembescherming is primair gericht op het voorkomen van risico's van bodemverontreiniging voor de mens en op het voorkomen van verspreiding van de verontreiniging(en). Bescherming van het ecosysteem wordt wel in de urgentiesystematiek betrokken, maar speelt een relatief ondergeschikte rol. De centrale doelstelling van dit rapport is na te gaan wat er bekend is over de effecten van bodemverontreinigende stoffen op bodemecosystemen in Amsterdam. De belangrijkste geconstateerde bodemverontreinigingen zijn lood, kwik, arseen, koper, zink, olie, benzeen en op enkele specifieke locaties ook polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en polychloorbiphenylen (PCB's). Vervolgens is beschreven welke effecten optreden bij de aandachtssoorten die leven in of op een bodem verontreinigd met de geselecteerde aandachtsstoffen in concentraties hoger dan de Eco Interventiewaarde. Het rapport wordt afgesloten met enige aanbevelingen voor nader onderzoek.

AB - Het beleid van de gemeente Amsterdam ten aanzien van bodembescherming is primair gericht op het voorkomen van risico's van bodemverontreiniging voor de mens en op het voorkomen van verspreiding van de verontreiniging(en). Bescherming van het ecosysteem wordt wel in de urgentiesystematiek betrokken, maar speelt een relatief ondergeschikte rol. De centrale doelstelling van dit rapport is na te gaan wat er bekend is over de effecten van bodemverontreinigende stoffen op bodemecosystemen in Amsterdam. De belangrijkste geconstateerde bodemverontreinigingen zijn lood, kwik, arseen, koper, zink, olie, benzeen en op enkele specifieke locaties ook polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) en polychloorbiphenylen (PCB's). Vervolgens is beschreven welke effecten optreden bij de aandachtssoorten die leven in of op een bodem verontreinigd met de geselecteerde aandachtsstoffen in concentraties hoger dan de Eco Interventiewaarde. Het rapport wordt afgesloten met enige aanbevelingen voor nader onderzoek.

M3 - Report

T3 - IVM-rapport

BT - Ecologische aspecten bij het bodemsaneringsbeleid in Amsterdam

PB - Instituut voor Milieuvraagstukken

CY - Amsterdam

ER -

Tenner WA, Belfroid AC, van Hattum AGM, Aiking H. Ecologische aspecten bij het bodemsaneringsbeleid in Amsterdam. Amsterdam: Instituut voor Milieuvraagstukken, 2004. (IVM-rapport; R-97/08).