Grondrechten en het ongegronde recht op niet-bestaan: Gedwongen anticonceptie gezien in het licht van artikel 8 lid 2 EVRM

Translated title of the contribution: Fundamental rights and the unfounded right to non-existence: Compulsory contraception in the light of Article 8 subsection 2 ECHR

L. ten Haaf

Research output: Contribution to JournalArticleAcademic

Abstract

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam pleit in een brief aan
de gemeenteraad voor de invoering van verplichte anticonceptie. Deze maatregel
impliceert een inbreuk op het recht op voorplanting, erkend onder artikel 8 EVRM.
Deze bijdrage gaat in op de vraag of het beroep op de rechten en belangen van
het toekomstige kind voldoet aan de uitzonderingscriteria genoemd in artikel 8 lid 2
EVRM om zo een inbreuk te kunnen rechtvaardigen.
Translated title of the contributionFundamental rights and the unfounded right to non-existence: Compulsory contraception in the light of Article 8 subsection 2 ECHR
Original languageDutch
Article numberAA20170189
Pages (from-to)189-193
JournalArs aequi
Volume2017
Issue number3
Publication statusPublished - 1 Mar 2017

Keywords

  • Compulsory Contraception
  • Right to Procreation
  • Article 8 ECHR
  • Future child
  • Right to non-existence

Fingerprint

Dive into the research topics of 'Fundamental rights and the unfounded right to non-existence: Compulsory contraception in the light of Article 8 subsection 2 ECHR'. Together they form a unique fingerprint.

Cite this