Geheime surveillance en opsporing: Richtsnoeren voor de inrichting van wetgeving

S.J. Eskens, O.L. van Daalen, N.A.N.M. van Eijk

Research output: Book / ReportReportAcademic

Abstract

Effectief toezicht en transparantie zijn centrale elementen bij het vormgeven en evalueren van de wettelijke waarborgen rond digitale geheime surveillance door nationale inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De eerdere IViR-studie ‘Ten standards for oversight and transparency of national intelligence services’ formuleert tien richtsnoeren die dit verder uitwerken. Deze quickscan behandelt de vraag in hoeverre deze tien richtsnoeren ook van toepassing zijn op geheime surveillance in het kader van de opsporing van strafbare feiten. Het belang van het onderzoek wordt ingegeven door het feit dat in een aantal recente wetsvoorstellen nieuwe bevoegdheden voor het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens worden geïntroduceerd. Het wetsvoorstel Computercriminaliteit III is een typisch voorbeeld van deze ontwikkeling en wordt daarom gebruikt om te illustreren hoe de geformuleerde richtsnoeren toegepast kunnen worden.
Original languageDutch
Place of PublicationAmsterdam
PublisherInstituut voor Informatierecht
Publication statusPublished - 2016
Externally publishedYes

Bibliographical note

None

Cite this