Handhaving van voorschriften in de Engelse taal met inachtneming van het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel

Research output: Contribution to JournalArticleAcademic

Abstract

Op 5 oktober 2012 heeft het kabinet het wetsvoorstel tot wijziging van
enige wetten in verband met de handhaving van voorschriften in de
Engelse taal ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel maakt een
uitzondering mogelijk op de regel dat strafbepalingen in de Nederlandse
taal moeten zijn gesteld, welke regel de Hoge Raad blijkens zijn jurisprudentie
afleidt uit art. 16 van de Grondwet waarin het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel
is verankerd. Sommige wetten op het terrein van verkeer
en vervoer, telecommunicatie, kernenergie en voedselstandaarden verwijzen
soms naar regels op internationaal niveau die in een andere taal zijn
opgesteld. Het betreft dan regels met een in hoge mate technisch karakter
bestemd voor een doelgroep die gewend is in die vreemde taal, vaak het
Engels, te communiceren. In die – uitzonderlijke – gevallen acht in elk
geval de regering als medewetgever het gerechtvaardigd dat ook de handhaving,
via een strafvervolging of een bestuurlijke boete, kan geschieden
op basis van de originele taalversie. De vaste commissie voor Veiligheid
en Justitie heeft verslag uitgebracht op 18 januari 2013 en daarbij opgemerkt
dat zij, onder voorbehoud dat de daarin gestelde vragen en gestelde
opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, de openbare behandeling
van het voorstel genoegzaam voorbereid acht. Het wetsvoorstel is
vanuit constitutioneel perspectief interessant vanwege (a) de interpretatie
van het constitutioneel verankerde strafrechtelijke legaliteitbeginsel en (b)
de vraag welke ruimte de wetgever toekomt om een grondwetsinterpretatie
te geven die afwijkt van een door de Hoge Raad gegeven interpretatie
in een hem voorliggend geval.
Original languageDutch
Pages (from-to)224-233
Number of pages9
JournalTijdschrift voor constitutioneel recht
Publication statusPublished - 2013

Cite this