Abstract
De recente bootvluchtelingencrisis in het Middellandse Zeegebied doet stemmen opgaan om de verdeling van asielaanvragen door lidstaten van de Europese Unie (EU) grondig te herzien. De Dublin-III-Verordening, die bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag, is evenwel amper twee jaar oud. Zij steunt in grote mate op haar voorgangers, de Dublin-II-Verordening van 2003 en de Dublin-Overeenkomst van 1990, maar bevat onder invloed van rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en van het Hof van Justitie van de EU een aantal wijzigingen die de billijkheid ('fairness') van het systeem moeten waarborgen. In afwachting van een mogelijke 'Lampedusa-Verordening' die het Dublin-systeem grondig zou kunnen omgooien, tracht dit artikel het huidige systeem toe te lichten. Het gaat daarbij in op de nadelen, maar schetst vooral de bijsturing door supranationale rechtspraak.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 4-7 |
| Number of pages | 4 |
| Journal | Tijdschrift voor Mensenrechten |
| Volume | 13 |
| Publication status | Published - 2015 |
| Externally published | Yes |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver