Het right to challenge als nieuw wetgevingsfenomeen

Research output: Contribution to JournalEditorial

Abstract

Hoewel je zou denken dat we na decennia aan wetgevingsbeleid zo ongeveer alle instrumenten wel uitgedacht én besproken hebben, blijkt de creativiteit van de wetgevingsjurist toch altijd net weer wat groter te zijn. Een mooi voorbeeld daarvan is het right to challenge.1 Menig lezer zal nu de wenkbrauwen fronsen: ‘Wat is dat nou weer voor iets nieuws en waarom nou weer een Engelse term?’ Om met het laatste te beginnen: het right to challenge is (met name) vanuit het Verenigd Koninkrijk komen overwaaien. De letterlijke Nederlandse vertaling – uitdaagrecht – zien we wel steeds meer verschijnen,2 maar zij is nog geen gemeengoed.3 En over het eerste: zo nieuw is het instrument als zodanig nu ook weer niet. Een vorm van het right to challenge staat al jaren in het Bouwbesluit 2012, alleen niet onder die term. Daarnaast heeft de term het jongste regeerakkoord gehaald:

‘Het kabinet biedt ruimte aan initiatieven van burgers en verenigingen in de samenleving. In overleg met gemeenten willen wij daarom via een Right to challenge-regeling burgers en lokale verenigingen de mogelijkheid geven om een alternatief voorstel in te dienen voor de uitvoering van collectieve voorzieningen in hun directe omgeving. Daarbij gaat het om zaken als het onderhoud van een park, het beheer van sportvelden of andere maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast gaan we samen met enkele gemeenten experimenteren met een recht op overname, waarbij lokale verenigingen of buurtbewoners het eerste recht krijgen om maatschappelijke voorzieningen over te nemen en de bijbehorende functie voort te zetten.’

Er zijn ook enige websites over het right to challenge, zoals (hoe kan het ook anders) www.righttochallenge.nl. Tijd dus voor RegelMaat om er aandacht aan te besteden.
Original languageDutch
Pages (from-to)393-396
Number of pages3
JournalRegelMaat
Volume34
Issue number6
DOIs
Publication statusPublished - 2019

Cite this