Implementatie en Effecten van Interne Differentiatie. Een empirisch, vergelijkend onderzoek naar de realisering en effecten van interne differentiatie in heterogene groepen in de eerste fase voortgezet onderwijs bij wiskunde.

J. Terwel, P.G.P. Herfs, R. Dekker, W. Akkermans

Research output: Book / ReportBookAcademic

Abstract

Dit is het eindrapport van het project Interne Differentiatie 12-16, het verslag van een onderzoek naar de implementatie en effecten van een nieuw programma voor wiskundeonderwijs voor leerlingen van 12-16 jaar: ‘Wiskunde voor iedereen’. Kenmerkend voor dit nieuwe wiskundeonderwijs is dat leerlingen - onder begeleiding van de leraar- in heterogene klassen en in heterogene subgroepen samenwerken aan de oplossing van wiskundige problemen. Het didactisch concept is gebaseerd op de theorie van Freudenthal en de uitwerking in concreet curriculummateriaal is gerealiseerd door de projectgroep voor de leerplanontwikkeling ‘Wiskunde 12-16’ van de Stichting voor de Leerplanontwikkeling (SLO). Het onderzoek is uitgevoerd in 3 projectscholen en 2 vergelijkingsscholen. In totaal deden 33 klassen en 763 leerlingen mee aan het onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat leraren verschillend omgaan met het nieuwe programma. Een lage of hoge score op de voortoets blijkt in hoge mate bepalend te zijn voor de score op de natoets. Over het geheel genomen zijn de leereffecten van het experimentele programma beter in vergelijking met een traditioneel programma. Projectleerlingen behalen meer leerwinst dan de vergelijkingsleerlingen. De effect size is .22. Conditie verklaart 2 procent van de variantie op de natoets bovenop de variantie die de voortoets verklaart. Er is dus een klein positief effect van het experimentele programma. Projectleerlingen met middelmatige en hogere score op de voortoets profiteren meer van het vernieuwde onderwijs dan leerlingen met een lagere score. Hoewel het model Freudenthal, zoals uitgewerkt door de SLO, in vergelijking met een traditionele aanpak goed blijkt te werken, blijven er wensen over, in het bijzonder voor de zwakkere leerlingen. Daarom is een nieuw model ontwikkeld: het model Adaptief GroepsOnderwijs. Dit AGO-model zal in een vervolgonderzoek op uitvoerbaarheid en effectiviteit worden onderzocht.
Original languageDutch
Place of Publication‘s Gravenhage
PublisherStichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO)
Number of pages199
ISBN (Print)906472122X, 9789064721229
Publication statusPublished - 1988

Publication series

NameSelectareeks

Bibliographical note

Terwel, J., Herfs, P.G.P., Dekker, R., Akkermans,W. (1988). Implementatie en Effecten van Interne Differentiatie. Een empirisch, vergelijkend onderzoek naar de realisering en effecten van interne differentiatie in heterogene groepen in de eerste fase voortgezet onderwijs bij wiskunde. ‘s Gravenhage: Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO), Utrecht: Rijks Universiteit Utrecht, Vakgroep Onderwijskunde.(SVO-project 0647, ISBN 90-6472-122-X).

Cite this

Terwel, J. ; Herfs, P.G.P. ; Dekker, R. ; Akkermans, W. / Implementatie en Effecten van Interne Differentiatie. Een empirisch, vergelijkend onderzoek naar de realisering en effecten van interne differentiatie in heterogene groepen in de eerste fase voortgezet onderwijs bij wiskunde. ‘s Gravenhage : Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO), 1988. 199 p. (Selectareeks).
@book{326211b876784b7c802803801b9d6162,
title = "Implementatie en Effecten van Interne Differentiatie. Een empirisch, vergelijkend onderzoek naar de realisering en effecten van interne differentiatie in heterogene groepen in de eerste fase voortgezet onderwijs bij wiskunde.",
abstract = "Dit is het eindrapport van het project Interne Differentiatie 12-16, het verslag van een onderzoek naar de implementatie en effecten van een nieuw programma voor wiskundeonderwijs voor leerlingen van 12-16 jaar: ‘Wiskunde voor iedereen’. Kenmerkend voor dit nieuwe wiskundeonderwijs is dat leerlingen - onder begeleiding van de leraar- in heterogene klassen en in heterogene subgroepen samenwerken aan de oplossing van wiskundige problemen. Het didactisch concept is gebaseerd op de theorie van Freudenthal en de uitwerking in concreet curriculummateriaal is gerealiseerd door de projectgroep voor de leerplanontwikkeling ‘Wiskunde 12-16’ van de Stichting voor de Leerplanontwikkeling (SLO). Het onderzoek is uitgevoerd in 3 projectscholen en 2 vergelijkingsscholen. In totaal deden 33 klassen en 763 leerlingen mee aan het onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat leraren verschillend omgaan met het nieuwe programma. Een lage of hoge score op de voortoets blijkt in hoge mate bepalend te zijn voor de score op de natoets. Over het geheel genomen zijn de leereffecten van het experimentele programma beter in vergelijking met een traditioneel programma. Projectleerlingen behalen meer leerwinst dan de vergelijkingsleerlingen. De effect size is .22. Conditie verklaart 2 procent van de variantie op de natoets bovenop de variantie die de voortoets verklaart. Er is dus een klein positief effect van het experimentele programma. Projectleerlingen met middelmatige en hogere score op de voortoets profiteren meer van het vernieuwde onderwijs dan leerlingen met een lagere score. Hoewel het model Freudenthal, zoals uitgewerkt door de SLO, in vergelijking met een traditionele aanpak goed blijkt te werken, blijven er wensen over, in het bijzonder voor de zwakkere leerlingen. Daarom is een nieuw model ontwikkeld: het model Adaptief GroepsOnderwijs. Dit AGO-model zal in een vervolgonderzoek op uitvoerbaarheid en effectiviteit worden onderzocht.",
author = "J. Terwel and P.G.P. Herfs and R. Dekker and W. Akkermans",
note = "Terwel, J., Herfs, P.G.P., Dekker, R., Akkermans,W. (1988). Implementatie en Effecten van Interne Differentiatie. Een empirisch, vergelijkend onderzoek naar de realisering en effecten van interne differentiatie in heterogene groepen in de eerste fase voortgezet onderwijs bij wiskunde. ‘s Gravenhage: Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO), Utrecht: Rijks Universiteit Utrecht, Vakgroep Onderwijskunde.(SVO-project 0647, ISBN 90-6472-122-X).",
year = "1988",
language = "Dutch",
isbn = "906472122X",
series = "Selectareeks",
publisher = "Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO)",

}

Implementatie en Effecten van Interne Differentiatie. Een empirisch, vergelijkend onderzoek naar de realisering en effecten van interne differentiatie in heterogene groepen in de eerste fase voortgezet onderwijs bij wiskunde. / Terwel, J.; Herfs, P.G.P.; Dekker, R.; Akkermans, W.

‘s Gravenhage : Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO), 1988. 199 p. (Selectareeks).

Research output: Book / ReportBookAcademic

TY - BOOK

T1 - Implementatie en Effecten van Interne Differentiatie. Een empirisch, vergelijkend onderzoek naar de realisering en effecten van interne differentiatie in heterogene groepen in de eerste fase voortgezet onderwijs bij wiskunde.

AU - Terwel, J.

AU - Herfs, P.G.P.

AU - Dekker, R.

AU - Akkermans, W.

N1 - Terwel, J., Herfs, P.G.P., Dekker, R., Akkermans,W. (1988). Implementatie en Effecten van Interne Differentiatie. Een empirisch, vergelijkend onderzoek naar de realisering en effecten van interne differentiatie in heterogene groepen in de eerste fase voortgezet onderwijs bij wiskunde. ‘s Gravenhage: Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO), Utrecht: Rijks Universiteit Utrecht, Vakgroep Onderwijskunde.(SVO-project 0647, ISBN 90-6472-122-X).

PY - 1988

Y1 - 1988

N2 - Dit is het eindrapport van het project Interne Differentiatie 12-16, het verslag van een onderzoek naar de implementatie en effecten van een nieuw programma voor wiskundeonderwijs voor leerlingen van 12-16 jaar: ‘Wiskunde voor iedereen’. Kenmerkend voor dit nieuwe wiskundeonderwijs is dat leerlingen - onder begeleiding van de leraar- in heterogene klassen en in heterogene subgroepen samenwerken aan de oplossing van wiskundige problemen. Het didactisch concept is gebaseerd op de theorie van Freudenthal en de uitwerking in concreet curriculummateriaal is gerealiseerd door de projectgroep voor de leerplanontwikkeling ‘Wiskunde 12-16’ van de Stichting voor de Leerplanontwikkeling (SLO). Het onderzoek is uitgevoerd in 3 projectscholen en 2 vergelijkingsscholen. In totaal deden 33 klassen en 763 leerlingen mee aan het onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat leraren verschillend omgaan met het nieuwe programma. Een lage of hoge score op de voortoets blijkt in hoge mate bepalend te zijn voor de score op de natoets. Over het geheel genomen zijn de leereffecten van het experimentele programma beter in vergelijking met een traditioneel programma. Projectleerlingen behalen meer leerwinst dan de vergelijkingsleerlingen. De effect size is .22. Conditie verklaart 2 procent van de variantie op de natoets bovenop de variantie die de voortoets verklaart. Er is dus een klein positief effect van het experimentele programma. Projectleerlingen met middelmatige en hogere score op de voortoets profiteren meer van het vernieuwde onderwijs dan leerlingen met een lagere score. Hoewel het model Freudenthal, zoals uitgewerkt door de SLO, in vergelijking met een traditionele aanpak goed blijkt te werken, blijven er wensen over, in het bijzonder voor de zwakkere leerlingen. Daarom is een nieuw model ontwikkeld: het model Adaptief GroepsOnderwijs. Dit AGO-model zal in een vervolgonderzoek op uitvoerbaarheid en effectiviteit worden onderzocht.

AB - Dit is het eindrapport van het project Interne Differentiatie 12-16, het verslag van een onderzoek naar de implementatie en effecten van een nieuw programma voor wiskundeonderwijs voor leerlingen van 12-16 jaar: ‘Wiskunde voor iedereen’. Kenmerkend voor dit nieuwe wiskundeonderwijs is dat leerlingen - onder begeleiding van de leraar- in heterogene klassen en in heterogene subgroepen samenwerken aan de oplossing van wiskundige problemen. Het didactisch concept is gebaseerd op de theorie van Freudenthal en de uitwerking in concreet curriculummateriaal is gerealiseerd door de projectgroep voor de leerplanontwikkeling ‘Wiskunde 12-16’ van de Stichting voor de Leerplanontwikkeling (SLO). Het onderzoek is uitgevoerd in 3 projectscholen en 2 vergelijkingsscholen. In totaal deden 33 klassen en 763 leerlingen mee aan het onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat leraren verschillend omgaan met het nieuwe programma. Een lage of hoge score op de voortoets blijkt in hoge mate bepalend te zijn voor de score op de natoets. Over het geheel genomen zijn de leereffecten van het experimentele programma beter in vergelijking met een traditioneel programma. Projectleerlingen behalen meer leerwinst dan de vergelijkingsleerlingen. De effect size is .22. Conditie verklaart 2 procent van de variantie op de natoets bovenop de variantie die de voortoets verklaart. Er is dus een klein positief effect van het experimentele programma. Projectleerlingen met middelmatige en hogere score op de voortoets profiteren meer van het vernieuwde onderwijs dan leerlingen met een lagere score. Hoewel het model Freudenthal, zoals uitgewerkt door de SLO, in vergelijking met een traditionele aanpak goed blijkt te werken, blijven er wensen over, in het bijzonder voor de zwakkere leerlingen. Daarom is een nieuw model ontwikkeld: het model Adaptief GroepsOnderwijs. Dit AGO-model zal in een vervolgonderzoek op uitvoerbaarheid en effectiviteit worden onderzocht.

M3 - Book

SN - 906472122X

SN - 9789064721229

T3 - Selectareeks

BT - Implementatie en Effecten van Interne Differentiatie. Een empirisch, vergelijkend onderzoek naar de realisering en effecten van interne differentiatie in heterogene groepen in de eerste fase voortgezet onderwijs bij wiskunde.

PB - Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO)

CY - ‘s Gravenhage

ER -