Activities per year
Abstract
Stadsbewoners van uitdijende steden toegang verschaffen tot ‘natuur’ was al vanaf het einde van de negentiende eeuw een van de belangrijkste eisen in stedenbouwkundige programma’s. Bewoners van de bestaande binnensteden en van de nieuwe wijken moesten toegang hebben tot groenvoorzieningen in de stad en de directe omgeving. In de eerste helft van de twintigste eeuw werden normen opgesteld voor het oppervlak, de ligging en de functies van de ‘groene’ ruimte. Punt van discussie tussen stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en hoveniers was de vormgeving en beplantingskeuze. Hun voorkeuren liepen uiteen van strikt geometrische tot vrije composities en van gecultiveerde tot inheemse plantensoorten.
In de loop van de jaren zestig nam de weerstand tegen de voornamelijk technocratische werkwijze en functionele vormgeving van groenontwerpen in de wederopbouwwijken toe. Vooral de geometrische, strikt afgebakende ruimten en vlakken werden als onherbergzaam, uniform en saai ervaren en ontwerpers vonden dat ze een obstakel vormden voor vrij en creatief ruimtegebruik door de bewoners. Er ontstond behoefte aan een meer ‘natuurlijke’ woonomgeving waarin beplanting werd afgestemd op de kwaliteit van het landschap en bewoners meer over hun leefomgeving te zeggen hadden. De ideeën voor deze ‘vernatuurlijking’ van nieuwe woonwijken werden aanvankelijk slechts incidenteel toegepast, maar in de loop van de jaren zeventig op steeds grotere schaal.
Hoewel de stedenbouwkundige opbouw van de wijken globaal hetzelfde bleef, met zelfstandige wijken die werden omsingeld en dooraderd door een groenstructuur, veranderde de vormgeving van de bebouwing en beplanting wel rigoureus. In ontwerpen voor Delft en Haarlem is te zien dat de natuurlijke vormen op verschillende manieren tot stand kon komen.
In de loop van de jaren zestig nam de weerstand tegen de voornamelijk technocratische werkwijze en functionele vormgeving van groenontwerpen in de wederopbouwwijken toe. Vooral de geometrische, strikt afgebakende ruimten en vlakken werden als onherbergzaam, uniform en saai ervaren en ontwerpers vonden dat ze een obstakel vormden voor vrij en creatief ruimtegebruik door de bewoners. Er ontstond behoefte aan een meer ‘natuurlijke’ woonomgeving waarin beplanting werd afgestemd op de kwaliteit van het landschap en bewoners meer over hun leefomgeving te zeggen hadden. De ideeën voor deze ‘vernatuurlijking’ van nieuwe woonwijken werden aanvankelijk slechts incidenteel toegepast, maar in de loop van de jaren zeventig op steeds grotere schaal.
Hoewel de stedenbouwkundige opbouw van de wijken globaal hetzelfde bleef, met zelfstandige wijken die werden omsingeld en dooraderd door een groenstructuur, veranderde de vormgeving van de bebouwing en beplanting wel rigoureus. In ontwerpen voor Delft en Haarlem is te zien dat de natuurlijke vormen op verschillende manieren tot stand kon komen.
| Translated title of the contribution | Nature in the neighbourhood.: Designs for a more natural residential environment in the 1970s |
|---|---|
| Original language | Dutch |
| Title of host publication | Een onvoltooid project |
| Subtitle of host publication | Over stadsgroen uit de jaren 70 |
| Editors | Michelle Provoost, Oscar Vaessen |
| Place of Publication | Rotterdam |
| Publisher | International New Town Institute |
| Chapter | 2 |
| Pages | 15-34 |
| Number of pages | 20 |
| Volume | 3 |
| Publication status | Published - 1 Nov 2024 |
Keywords
- urban green space
- 1970s
- Haarlem
- Delft
- landscape architecture
- ecological design
VU Research Profile
- Connected World
Fingerprint
Dive into the research topics of 'Nature in the neighbourhood. Designs for a more natural residential environment in the 1970s'. Together they form a unique fingerprint.Activities
- 1 Lecture / Presentation
-
Natuurlijkheid als de kern van groei.
van Hellemondt, I. (Speaker)
22 Nov 2023Activity: Lecture / Presentation › Professional
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver