In de kern komt deze zaak erop neer dat de man recht heeft op vergoeding van aanzienlijke vermogensverschuivingen en dat de vrouw – ondanks een traditioneel rollenpatroon – geen vergoeding krijgt voor het onbetaalde werk dat zij jarenlang voor het gezin heeft verricht: zij is gestopt met betaald werk na de geboorte van de kinderen om voor de kinderen en het huishouden te zorgen. De vrouw verlaat de woning na het einde van de relatie en de man blijft met de inmiddels meerderjarige kinderen in de woning wonen. In deze annotatie beperk ik mij tot het bespreken van de meest wezenlijke onderdelen van deze uitspraak: de aanspraak van de man op vergoeding van twee aanzienlijke geldbedragen die hij bij zijn eigen holding had geleend (€ 244.588 in 2014 en € 90.000 in 2016) en het verweer van de vrouw tegen deze aanspraken op grond van de natuurlijke verbintenis en verjaring. Afsluitend ga ik kort in op de bevoegdheid tot verrekening als een rechtsvordering is verjaard.
| Original language | Dutch |
|---|
| Project No. | ECLI:NL:GHAMS:2024:2755 |
|---|
| Finished | 1/10/24 |
|---|
| Publication status | Published - Mar 2025 |
|---|
| Name | Tijdschrift Jurisprudentie Personen- en Familierecht |
|---|
| No. | 24 |
|---|
| Volume | 2 |
|---|