Over speelruimte en spanning: Praktijkonderzoek naar de relatie tussen bestaande en nieuwe kerkplekken

S. Stoppels, Nadine van Hierden, Peter den Hoedt, Marten van der Meulen, Anneke van der Velde, Martijn Vellekoop

Research output: Book / ReportReportProfessional

Abstract

Vanuit missionair verlangen heeft de Protestantse Kerk
de afgelopen tien jaar ruimte gegeven aan nieuwe
kerkplekken. Inmiddels zijn er ruim honderd kliederkerken
en even zoveel pioniersplekken. Ook zijn er monastieke
initiatieven en leefgemeenschappen. Daarnaast
wordt over huisgemeenten gesproken. Samen met bestaande
gemeenten is er zo een mozaïek van kerkplekken
ontstaan: verschillend van vorm en kleur en toch
verbonden. Zo laten we als Protestantse Kerk iets zien
van de diversiteit van Gods (wereldwijde) kerk.
De Protestantse Kerk hoopt op relaties waarbij
bestaande en nieuwe kerkplekken elkaar steunen
en van elkaar leren. In de praktijk zien we dat ook
gebeuren. Tegelijk zien we dat nieuwe kerkplekken
soms onbegrip en wrijving oproepen. Die wrijving
is niet onverwacht, het is een gevolg van de keuze
om ruimte en steun te geven aan kerkvernieuwing.
Die wrijving is ook nodig om te leren. In de praktijk
ontstaan ook vragen over wat wel en wat niet kan.
Wat zeggen we als iemand vraagt zijn kind bij de kliederkerk
te dopen? Is het belangrijk dat alle kerkplekken
ambtsdragers krijgen? Past lidmaatschap in een
netwerksamenleving?
ONDERZOEKSOPZET
Het moderamen van de generale synode heeft opdracht
gegeven om de ontwikkeling van een mozaïek
van kerkplekken verder te onderzoeken en doordenken.
Dit onderzoek is onderdeel van die doordenking. De
hoofdvraag van dit onderzoek is: “Wat zien betrokkenen
vanuit hun praktijk als winstpunten, knelpunten en
als een passende toekomstvisie rond een mozaïek van
kerkplekken in de Protestantse Kerk?” Het onderzoek
bestond uit drie delen, waarbij semi-gestructureerde
groepsgesprekken het hart van dit onderzoek vormden.
Deze groepsgesprekken werden voorafgegaan
door een korte online vragenlijst en zijn naderhand ook
afgesloten met een langere online vragenlijst. Er zijn 26
gesprekken gevoerd, waarbij vertegenwoordigers van
bestaande en van nieuwe kerkplekken aan tafel zaten.
Er namen 121 mensen deel aan deze gesprekken. De
online vragenlijst is door 79 mensen ingevuld.
RESULTATEN EN CONCLUSIES
Als we mensen uit de praktijk vragen wat de grootste
winstpunten zijn van een mozaïek van kerkplekken,
dan is dat vooral dat méér mensen de waarde van het
christelijk geloof en de kerk ontdekken. Naar nieuwe
kerkplekken komen veel mensen die nooit in een reguliere
kerk zouden komen. Daarnaast raken bestaande
gemeenten door nieuwe kerkplekken missionair
geïnspireerd. Het ontstaan van nieuwe kerkplekken
zorgt ook voor leerervaringen over en weer. Er is ook
gevraagd naar knelpunten in de relaties. Dan komt
naar voren dat het in de praktijk vaak lastig is om een
nieuwe kerkplek en een bestaande gemeente echt
op elkaar betrokken te laten zijn. Hoewel die wens
breed leeft, lukt dat maar moeilijk. Ook noemt circa
een kwart van de mensen dat de huidige regels en
organisatiestructuur niet goed aansluiten bij nieuwe
kerkplekken. Ook spelen er regelmatig gevoelens van
concurrentie.
Gemeenschapsvorming, netwerken en lidmaatschap.
Bij nieuwe kerkplekken is volop sprake van de
ontwikkeling van netwerken, relaties en verbondenheid.
Het is zeker niet zo dat nieuwe kerkplekken ‘los
zand’ zijn; mensen trekken vaak intensief met elkaar
op. Wel blijkt lidmaatschap verre van vanzelfsprekend:
van de respondenten denkt 56% dat kerk-zijn
zonder lidmaatschap goed mogelijk is. Lidmaatschap
wordt door nieuwe kerkplekken vaak meer fl uïde,
open en flexibel benaderd. Pioniersplekken die al wat
langer bestaan (langer dan een jaar of vijf) hebben
wel meer aandacht voor vormen van lidmaatschap,
al is dat lang niet altijd langs klassieke lijnen. Ook de
koppeling tussen doop en lidmaatschap spreekt niet
vanzelf; hier wordt in de praktijk verschillend mee
omgegaan.
Ambten, sacramenten en de rol van predikanten. Wat
is de rol van ambten bij nieuwe kerkplekken? Van de
respondenten vindt 65% de ambten van ouderling en
diaken niet nodig. Nog meer mensen (75%) vinden
het niet noodzakelijk dat bij elke nieuwe kerkplek
een predikant betrokken is. Parallel hieraan zien we
volop ruimte voor niet-theologen om voor te gaan bij
nieuwe kerkplekken (75% positief) en sacramenten
te bedienen (71%). Wel hecht men aan theologische
kwaliteit en diepgang. De teneur valt samen te vatten
als: “Het ambt hoeft niet per se, zolang er maar
kwaliteit wordt geleverd en men weet wat men doet.”
Daarbij wordt scholing belangrijker gevonden dan
ambtelijke inkadering. Supervisie van niet-theologen
door predikanten wordt breed ondersteund. Daarmee
kan de rol van (een deel van de) predikanten verschuiven
van uitvoerder naar toeruster/supervisor van
vrijwilligers.
Samenwerking, besluitvorming en bestuur in de
kerk. Moeten nieuwe kerkplekken zich aanpassen aan
de bestaande organisatiestructuur of moet er ruimte
geboden worden? Bijna niemand vindt dat nieuwe
kerkplekken zich helemaal moeten aanpassen aan de
huidige organisatie. Zowel tijdens de gesprekken als
via de enquête werd het meest gekozen voor het scenario
‘Orde’. Binnen dit scenario krijgen pioniers wel
een kerkelijke inbedding, maar niet per se op lokaal
niveau. Bij de gesprekken blijken ‘van elkaar leren’
en ‘onderlinge verbondenheid’ belangrijk te zijn voor
veel gesprekspartners. Tegelijk is er angst dat nauwe
verbondenheid met reguliere kerken het innovatieve
karakter van nieuwe kerkplekken aantast. Een ‘regelarme
zone’ voor nieuwe kerkplekken wordt door 85%
van de mensen een goed idee gevonden. Mogelijk
valt dit voornemen te combineren met het idee van
een orde.
Samenwerkingsklimaat. Uit dit onderzoek komt een
extra aandachtsveld naar voren. Dat aandachtsveld
laat zich niet ‘vangen’ in kerkordelijke regels; het gaat
dan om een positief samenwerkingsklimaat. Waar
op de ene plek met bepaalde structuren een groot
probleem ontstaat, kan een andere plek met dezelfde
structuren toch heel prettig functioneren. Het verschil
lijkt dan vaak in het samenwerkingsklimaat gelegen
te zijn. Daarbij blijken goede relaties tussen bestaande
en nieuwe plekken eerder te ontstaan doordat
mensen zich hier persoonlijk voor inzetten, dan door
vergaderingen of grootse gezamenlijke activiteiten.
De kracht van informele momenten is groot: bijvoorbeeld
samen koffi e drinken, elkaar op het schoolplein
spreken, een activiteit van de andere kerkplek bezoeken,
samen eten, enz.
Op wat kerkplekken op een dieper niveau met elkaar
verbindt, lijkt een breed gedeelde visie nog afwezig.
Dat roept de vraag op naar meer ‘theologisch cement’
voor het mozaïek.
OVER SPEELRUIMTE EN SPANNING
Uit de resultaten blijkt dat mensen die betrokken zijn
bij nieuwe kerkplekken niet alles willen veranderen en
dat mensen van bestaande kerkplekken niet sowieso
tegen verandering zijn. Er is veeleer sprake van een
gezamenlijk zoeken naar een passende organisatie
in tijden van verandering. Daarbij is het belangrijk
om spanningen te waarderen als bron van leren en
vernieuwing. Het gaat dan bijvoorbeeld om spanning
tussen traditie en vernieuwing, of het institutionele
en het informele. Het opheffen van de spanning door
een van de uitersten te verkiezen, zorgt dat de kans op
vernieuwing ons uit handen glipt. De uitdaging voor
de kerk is om speelruimte te creëren voor vernieuwing,
zonder de spanning met het bestaande volledig te
laten verdwijnen. Het rapport sluit af met zes concrete
aanbevelingen.
Original languageDutch
Place of PublicationUtrecht
PublisherDienstenorganisatie Protestantse Kerk
Number of pages21
Publication statusPublished - 30 May 2018

Cite this