Abstract
Dit proefschrift richt zich op patiëntgerichte zorg bij anterieure schouderinstabiliteit.
In Hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over schouderinstabiliteit, de pathofysiologie en huidige behandelopties, evenals de onderzoeksvragen van dit proefschrift.
Hoofdstuk 2 onderzoekt patiëntperspectieven op zowel conservatieve als chirurgische behandelingen via online focusgroepen. Patiënten benoemden vier kernpunten: angst voor recidiverende dislocaties, preoperatieve begeleiding, communicatie tussen zorgprofessionals en behoefte aan een consistent postoperatief revalidatieprotocol.
Hoofdstuk 3 bouwt voort op deze resultaten door de angst voor beweging (kinesiophobia) bij patiënten met schouderinstabiliteit te onderzoeken. Er werd een aangepaste TAMPA-schaal ontwikkeld voor het meten van bewegingsangst bij deze populatie, die gevalideerd wordt in de MATASI TRIAL (Hoofdstuk 8).
Hoofdstuk 4 analyseert de chirurgische behandeling bij recidiverende instabiliteit na een eerste artroscopische labrumrepair (ALR). Een primaire open benige reconstructie (OBR) had betere uitkomsten dan een OBR na een gefaalde ALR.
Hoofdstuk 5 onderzoekt prognostische factoren voor geen succesvolle return to sport (RTS) na een artroscopische Bankart repair (ABR). Botverlies van het glenoid en bovenhands gebruik van de schouder tijdens werk bleken voorspellend voor geen RTS. Factoren zoals ALPSA en benige Bankart laesies verhoogden juist de kans op succesvolle RTS.
Hoofdstuk 6 presenteert een vergelijkbare studie bij patiënten die een open Latarjet-procedure (OLP) ondergingen. Geen specifieke prognostische factoren werden gevonden, maar schouderbelastende sporten bleken een risico voor geen RTS.
Hoofdstuk 7 onderzoekt de redenen waarom patiënten niet terugkeren naar sport na ABR of OLP. Opvallend was dat 70% van de patiënten om niet-schoudergerelateerde redenen afzag van RTS, zoals angst voor recidief, motivatiegebrek of veranderde prioriteiten.
Hoofdstuk 8 beschrijft de opzet van de MATASI TRIAL, een multicenter RCT waarin het effect van angstreducerende behandelingen op kinesiophobia bij schouderinstabiliteit wordt onderzocht. Ongeveer 100 patiënten zullen deelnemen, met uitkomstmetingen op 6, 12, 24 en 48 weken. Daarnaast wordt op 48 weken een functionele MRI-scan uitgevoerd om hersenactiviteit te meten.
Hoofdstuk 9 richt zich op de ontwikkeling van een consensus-gebaseerd revalidatieprotocol (REPRO-protocol), ontworpen door internationale schouderexperts. Dit protocol bevat specifieke angstreducerende interventies, aangezien angst een belangrijke rol speelt in herstel en RTS.
In Hoofdstuk 10 worden de onderzoeksvragen beantwoord en wordt gereflecteerd op patiëntgerichte zorg bij schouderinstabiliteit. Daarnaast worden aanbevelingen gedaan voor toekomstig onderzoek en de optimalisatie van de zorg voor patiënten met schouderinstabiliteit.
In Hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over schouderinstabiliteit, de pathofysiologie en huidige behandelopties, evenals de onderzoeksvragen van dit proefschrift.
Hoofdstuk 2 onderzoekt patiëntperspectieven op zowel conservatieve als chirurgische behandelingen via online focusgroepen. Patiënten benoemden vier kernpunten: angst voor recidiverende dislocaties, preoperatieve begeleiding, communicatie tussen zorgprofessionals en behoefte aan een consistent postoperatief revalidatieprotocol.
Hoofdstuk 3 bouwt voort op deze resultaten door de angst voor beweging (kinesiophobia) bij patiënten met schouderinstabiliteit te onderzoeken. Er werd een aangepaste TAMPA-schaal ontwikkeld voor het meten van bewegingsangst bij deze populatie, die gevalideerd wordt in de MATASI TRIAL (Hoofdstuk 8).
Hoofdstuk 4 analyseert de chirurgische behandeling bij recidiverende instabiliteit na een eerste artroscopische labrumrepair (ALR). Een primaire open benige reconstructie (OBR) had betere uitkomsten dan een OBR na een gefaalde ALR.
Hoofdstuk 5 onderzoekt prognostische factoren voor geen succesvolle return to sport (RTS) na een artroscopische Bankart repair (ABR). Botverlies van het glenoid en bovenhands gebruik van de schouder tijdens werk bleken voorspellend voor geen RTS. Factoren zoals ALPSA en benige Bankart laesies verhoogden juist de kans op succesvolle RTS.
Hoofdstuk 6 presenteert een vergelijkbare studie bij patiënten die een open Latarjet-procedure (OLP) ondergingen. Geen specifieke prognostische factoren werden gevonden, maar schouderbelastende sporten bleken een risico voor geen RTS.
Hoofdstuk 7 onderzoekt de redenen waarom patiënten niet terugkeren naar sport na ABR of OLP. Opvallend was dat 70% van de patiënten om niet-schoudergerelateerde redenen afzag van RTS, zoals angst voor recidief, motivatiegebrek of veranderde prioriteiten.
Hoofdstuk 8 beschrijft de opzet van de MATASI TRIAL, een multicenter RCT waarin het effect van angstreducerende behandelingen op kinesiophobia bij schouderinstabiliteit wordt onderzocht. Ongeveer 100 patiënten zullen deelnemen, met uitkomstmetingen op 6, 12, 24 en 48 weken. Daarnaast wordt op 48 weken een functionele MRI-scan uitgevoerd om hersenactiviteit te meten.
Hoofdstuk 9 richt zich op de ontwikkeling van een consensus-gebaseerd revalidatieprotocol (REPRO-protocol), ontworpen door internationale schouderexperts. Dit protocol bevat specifieke angstreducerende interventies, aangezien angst een belangrijke rol speelt in herstel en RTS.
In Hoofdstuk 10 worden de onderzoeksvragen beantwoord en wordt gereflecteerd op patiëntgerichte zorg bij schouderinstabiliteit. Daarnaast worden aanbevelingen gedaan voor toekomstig onderzoek en de optimalisatie van de zorg voor patiënten met schouderinstabiliteit.
| Original language | English |
|---|---|
| Qualification | PhD |
| Awarding Institution |
|
| Supervisors/Advisors |
|
| Award date | 27 Mar 2025 |
| DOIs | |
| Publication status | Published - 27 Mar 2025 |
Keywords
- Shoulder instability
- Patient-centered care
- Return to sport (RTS)
- Kinesiophobia
- Bankart repair
- Latarjet procedure
- Psychological factors
- Rehabilitation protocol
- Glenohumeral stability