Terughoudendheid in soorten en maten. Rechterlijke toetsing van de geloofwaardigheid van asielrelazen: de benadering van het EHRM en de Afdeling nader onderzocht

K.E. Geertsema

Research output: Contribution to JournalArticleAcademicpeer-review

220 Downloads (Pure)

Abstract

De manier waarop het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
beoordeelt of de uitzetting van een uitgeprocedeerde asielzoeker in
strijd is met artikel 3 EVRM kenmerkt zich door een ‘rigorous scrutiny’.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wijkt indien nodig
af van het nationale oordeel over de geloofwaardigheid van een
asielrelaas. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
daarentegen toetst het oordeel van de Minister voor Immigratie, Integratie
en Asiel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas marginaal. In
dit artikel analyseert de auteur beide benaderingen aan de hand van
jurisprudentie van beide rechterlijke instanties. Vervolgens wordt de
vraag opgeworpen in hoeverre het EU -recht invloed uitoefent op de
intensiteit van de nationale rechterlijke toetsing. Betoogd wordt dat uit
de huidige Procedurerichtlijn (2005/85/EU ), in samenhang met artikel 47
Handvest en de artikelen 6 en 13 EVRM , volgt dat nationale rechters hun
nationale standaarden omtrent rechterlijke toetsing moeten aanpassen
aan internationale normen over rechtsbescherming in het asielrecht.
Original languageDutch
Pages (from-to)247-257
Number of pages10
JournalAsiel&Migrantenrecht
Volume2012
Issue number05/06
Publication statusPublished - 2012

Cite this