Utrechtse adellijke vrouwen en prebenden in de achttiende eeuw

W.H.A.M. van den Brink

Research output: Contribution to JournalArticleAcademicpeer-review

Abstract

De achttiende eeuw was voor de Republiek een periode van economische stagnatie, waarin periodes van achteruitgang en relatief herstel elkaar afwisselden. Verschillende historici hebben een verband gelegd tussen deze sombere economische ontwikkeling en de financieel-economische activiteiten van de adel. Dit artikel richt zich op het stelsel van prebende-uitkeringen uit de Utrechtse ridderschapconventen aan adellijke (en later ook burgerlijke) meisjes en vrouwen in de achttiende eeuw. Hierbij komen verschillende vragen aan de orde, zoals de motieven van adellijke families om voor deze prebenden in aanmerking te komen, de doeleinden waarvoor jaarlijkse uitkeringen daadwerkelijk werden gebruikt, de voorkeursbehandelingen die sommige adellijke families bij de verdeling van prebenden genoten en de achtergrond van de openstelling van prebenden vanaf 1725 voor burgerlijke families.
Original languageDutch
Pages (from-to)43-53
JournalVirtus. Bulletin van de werkgroep adelsgeschiedenis
Volume11
Publication statusPublished - 2004

Cite this