Verandering in prevalentie van eenzaamheid onder ouderen in de periode 1992 – najaar 2020

Research output: Book / ReportReportProfessional

74 Downloads (Pure)

Abstract

In deze rapportage is de trend in prevalentie van eenzaamheid onder ouderen in de periode 1992 – najaar 2020 zichtbaar gemaakt. De twaalf perioden tussen 1992 en 2020 waarvoor we de prevalentie van matige of sterke eenzaamheid berekenden, kunnen we samenvatten als drie perioden. De trend in 1992-2006 is dat de prevalentie van eenzaamheid gelijk blijft; zo rond de 27% is matig tot sterk eenzaam. De prevalentie daalt daarna met vijf procentpunten, en is weer ongeveer gelijk in de jaren 2008-2019. Tijdens de COVID-19 pandemie is de prevalentie weer veel hoger en met 28% matig tot sterk eenzaam rond juni 2020 en 27% in het najaar 2020 terug op het niveau van de jaren 1992-2006. De resultaten voor sterke eenzaamheid (versus niet of matig eenzaam) wijken hier van af. De prevalentie is in de jaren 1992 – 1996 ongeveer 14%. Vanaf 1999 daalt de prevalentie van sterke eenzaamheid tot 6% in 2018. Tijdens de pandemie is de prevalentie weer iets hoger, namelijk 7% in juni 2020 en 7% in het najaar 2020. Dit is een stijging tot het niveau van 2009, veel lager dan in de jaren 1990. Het onderzoek is uitgevoerd op data van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA). Gegevens zijn geanalyseerd van 3.365 zelfstandig wonende ondervraagden in de leeftijd van 75 jaar of ouder. Bij deze leeftijd zijn zij gemiddeld vier keer ondervraagd. Eenzaamheid is gemeten met de schaal van De Jong Gierveld (zes of elf items) en met drie of minder directe vragen naar eenzaamheid.
Original languageDutch
PublisherVrije Universiteit Amsterdam
Commissioning bodyMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, programma Eén tegen Eenzaamheid
Number of pages23
Publication statusPublished - 20 Apr 2021

Cite this