Abstract
In HR 7 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2255, NJ 2020/196, m.nt. Hijma (JED Textiles) heeft de Hoge Raad enige vingerwijzingen aan de rechtspraktijk gegeven over het leerstuk van schuldeisersverzuim en in dat kader ook overwegingen gewijd aan de zuivering van het verzuim door de schuldenaar. In deze bijdrage ga ik in op de vraag wanneer het verzuim van de schuldenaar door zuivering eindigt en wat de gerechtvaardigde belangen van de in verzuim zijnde schuldenaar meebrengen op ( en vanaf) het moment dat hij eenmaal een zuiveringsvoorstel heeft gedaan dat aan de eisen van art. 6:86 BW voldoet. Ook ga ik in het kort in op de aanpalende vraag naar de relatie tussen schuldenaars- en schuldeisersverzuim.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Article number | 79 |
| Pages (from-to) | 17-21 |
| Number of pages | 5 |
| Journal | Tijdschrift overeenkomst in de Rechtspraktijk |
| Volume | 2022 |
| Issue number | 4 |
| Early online date | 12 May 2022 |
| Publication status | Published - May 2022 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver